Bent u een kind van God?

Wie mensen vraagt wat zij geloven, die krijgt uiteenlopende antwoorden. De een zal zeggen dat hij in God gelooft, de ander in Allah en weer ander gelooft in de kracht van de mens zelf en heeft een humanistische inslag. Vanuit dit perspectief gezien bestaat de wereld uit mensen die religieus of filosofisch georiënteerd zijn. Kijken we wat meer kritisch naar hoe die mensen leven en denken, dan is het verschil met ineens minder groot. Beide groepen proberen een beter mens te worden door zich in te spannen de juiste dingen te denken en te doen. Men wil wijsheid vergaren om succesvol te leven. De ene groep meet zijn succes af naar de waardering die zij ontvangen van hun geloofsgemeenschap in hun inspanningen om God te behagen en de andere groep meet hun succes af aan de waardering die ze ontvangen van andere mensen (familie, vrienden enz.). Je ziet daar sterke parallellen, want in beide gevallen is de waardering binnen de sociale kring de maatstaf van succes. Je mag stellen dat mensen elkaar tegenwoordig bewieroken zodat iedereen succesvol is. De ene groep bestaat uit religieuze mensen, de andere groep uit seculiere mensen. De religieuze mens heeft voor de seculiere mens, dat hij een Gods besef heeft. Bij seculiere mensen is er soms sprake van een agnostische houding die zich kenmerkt met de gedachte dat er “iets” is, maar wat wordt niet gedefinieerd en soms God genoemd als een containerbegrip. Maar er is een derde groep, het Lichaam van Christus, de gemeente. Wie zijn zij en wat geloven zij?

Wat iemand gelooft is minder relevant, omdat we gezien hebben dat de antwoorden uiteenlopend zijn en strikt genomen is elk mens een gelovige is. Zelfs die degene die zegt zonder geloof te zijn, gelooft wat hij zegt. Maar de apostel Paulus stelt de vraag veel scherper:

Handelingen 19: 1 en 2 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Éfeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende, Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is. En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes. Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.

Paulus begint met de vraag of u de Heilige Geest ontvangen hebt op het moment van geloof. Dit gaat meteen door naar de kern van het verschil met religie. De discipelen (volgelingen) geven te kennen dat zij niet eens wisten dat er een Heilige Geest bestond. De Heilige Geest (ook wel Gods Geest) hebben is enorm belangrijk, aangezien Die ervoor zorgt dat een mens op het moment van geloof in het Lichaam van Christus wordt opgenomen. Het is niet zoals in Mattheüs hoofdstuk 3 en handelingen 2:38 staat:

H2:38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

De Bijbel kent wel 11 dopen en u mag niet zomaar elke tekst over de doop op de gemeente van vandaag toepassen. Paulus legt dan ook uit wat de doop van Johannes precies betekent. In Mattheüs hoofdstuk drie gaat het erom dat de Israëlieten (dus niet wij uit de volkeren) zich moest bekeren. Bekeren betekent hier dat de Israëlieten terug moesten keren tot God. Zij zijn het uitverkoren volk van God, voor wie Hij vele wonderen verricht heeft en die Hij de ark van het verbond gegeven heeft, die Hij de wet gegeven heeft via Mozes, die Hij de dienst van God gegeven heeft en de belofte van de Messias. Zij moeten omkeren op de weg die hen van God wegvoert.

Maar voor ons, die uit de volkeren zijn (heidenen) geldt dat niet. Wij (alleen degenen die Christus hebben aangenomen als onze persoonlijke verlosser) waren zonder Christus, vreemden van het burgerschap van Israël en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, zonder enige hoop en zonder God in de wereld (Éfeze 2:12).

Voor ons betekent bekering heel wat anders. Het wil zeggen dat u nadenkt over alles en tot conclusie komt dat u moet aannemen dat Christus voor uw zonden is gestorven en daarna uit de dood is opgestaan om u voor God rechtvaardig te maken, waardoor u verzoent, verlost en vergeven wordt. Een mens wordt rechtvaardig door geloof alleen. Helaas worden veel kerkgangers een rad voor ogen gedraaid, als ze leren dat ze eerst gedoopt moeten worden vooraleer zij een mogelijkheid krijgen de Heilige Geest te ontvangen en rechtvaardig zouden kunnen worden.

Rom. 8:7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

Dit wil zeggen dat iemand die religieus is, vele goede werken doet en zich heeft laten dopen, God niet kan behagen. Sterker, Paulus noemt het vijandschap met God! Daar geeft ook de reden bij, namelijk dat zo iemand nog leeft als de oude mens, die door zonden verloren zal gaan. Een vleselijk iemand dus en zo iemand kan God domweg niet behagen, hoe groot zijn goede werken ook zijn (het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan). Dat is iemand die niet aanneemt dat hij van nature een zondaar is en gered moet worden door de gekruisigde Christus. Maar zo iemand verkiest zijn eigen manier om zijn rechtvaardigheid te bewijzen om daarna van God af te eisen dat Hij hem als rechtvaardige aanneemt en niet door de gekruisigde en weer opgestane Christus. Zo iemand ontkent God en Christus in Zijn geheel. Daarom formuleert Paulus het ook zo scherp, temeer ook omdat Paulus voor zijn bekering door Christus vanuit de hemel, de grootste vervolger was van de volgelingen van Christus. Paulus wist waarover hij sprak.

Rom. 8:9 Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

Hier bevestigt Paulus krachtig dat iemand die zijn vertrouwen stelt op het evangelie van de genade van God, verzegeld is geworden met de Heilige Geest, daar Hij anders niet in hem kan wonen. Gods Geest woont in iemand, ook al leeft hij nog in een sterfelijk lichaam en wandelt hij soms nog naar het vlees. Dan is het niet meer dan voor de hand liggend dat iemand die Christus niet gelooft, ook niet aan Christus toebehoort.

Het antwoord is heel simpel; je behoort Christus toe of niet. Er is geen tussenweg mogelijk. Het goede nieuws is dat iedereen Christus kan toehoren als hij/zij dat wil, door simpelweg het geloven dat Christus is gestorven zijn zonden en opgestaan voor zijn rechtvaardigheid; uit geloof (VAN de gekruisigde Christus) tot geloof (in het volbrachte werk van Christus aan datzelfde kruis)!

Wat je ook gedaan hebt, of nog gaat doen, alle zonden zijn afgekocht door de dood van Christus. Je bent volmaakt in Christus. We zeggen dat we wij zijn gedoopt in de dood van Christus (Romeinen hoofdstuk 6). En op dezelfde manier dat wij één zijn geworden met Christus in zijn dood om de zonden wil, zijn wij ook één geworden in Zijn opstanding, tot heerlijkheid van de Vader, opdat wij ook zullen wandelen in de nieuwheid van het leven.

Toch is het soms moeilijk te accepteren dat alle zonden vergeven zijn, waardoor u niet kunt genieten van alles wat Christus voor u gedaan gedaan. Immers, hoewel u gerechtvaardigd bent in Christus, zondigt u soms toch nog. Dit komt voort uit schuld gevoel, omdat de leer van kerk een helder zicht op deze grote genade wegneemt. Door alle vertwijfeling die gezaaid wordt, ontstaat vaak de vraag hoe u kunt weten dat u een kind van God bent.

Rom 8:15 en 16 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

De vreugde van geloven komt niet voort uit een gevoel of emoties, maar zij komt voort uit de wetenschap van de verborgenheid van Christus (rechtvaardig uit geloof alleen). Die wetenschap is niet academisch, maar u leert haar uit het Woord van God, specifiek uit de brieven van de apostel Paulus.

Iemand die in werkelijk de meest ellendige omstandigheden verkeert en in levensgevaar is, kan zich afvragen waar de liefde van God is. Zijn emoties doen hem twijfelen. Zijn omstandigheden lijken misschien zelfs tegen hem te getuigen. Maar Gods liefde wordt niet bewezen door onze omstandigheden. Zij wordt bewezen door wat Christus voor ons gedaan heeft aan het kruis.

Rom. 5:8 Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren.

Omdat Gods liefde zo onomstotelijk bewezen is in het volbrachte werk van Christus, kan Paulus schrijven:

Rom. 5:5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons gegeven is.

De gelovige hoeft daarom niet eerst naar zijn gevoelens te kijken om te weten of God hem liefheeft. Hij mag zien op Christus en weten dat Gods liefde reeds bewezen is. Op grond daarvan kan hij ook in moeilijke omstandigheden rust vinden. Wie hierover zekerheid zoekt, leest het volgende en schrijft het diep in zijn hart:

Éfeze 1:13 en 14 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte ; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

Markeer het woord verzegeld en het woord onderpand. Het woord verzegeld betekent in het dagelijks gebruik officieel bevestigen en als eigendom markeren. In Bijbels verband betekent het dat God de gelovige als Zijn eigendom heeft gemarkeerd en bevestigd. Het is Gods eigen verklaring dat degene die het Evangelie geloofd heeft, Hem toebehoort.

De zekerheid daarvan ligt besloten in het woord onderpand. Een onderpand is een waarborg of garantie dat een belofte volledig zal worden nagekomen. Toen wij het Evangelie geloofden, gaf God ons de Heilige Geest als onderpand van de erfenis die wij later volledig zullen ontvangen. De Heilige Geest is dus Gods garantie aan ons dat Hij zal voltooien wat Hij begonnen is.

Het onderpand is niet gegeven omdat God onzeker zou zijn over de uitkomst, maar omdat Hij wil dat wij zekerheid hebben. De aanwezigheid van de Heilige Geest in de gelovige is Gods bewijs dat de toekomstige verlossing en erfenis vaststaan. Daarom kan geen ware gelovige ooit verloren gaan; God Zelf staat garant voor de vervulling van Zijn belofte.

Geen excuus meer.

Een wachter voor Israël en de apostel van genade

Ezechiël 33:7 Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

De profeet Ezechiël werd door God aangesteld als “wachter” over het huis van Israël (de afstammelingen van Abraham, Izak en Jacob). Hij werd verantwoordelijk gehouden om de goddelozen voor hun weg te waarschuwen, want hoewel God de zonde rechtvaardig moet behandelen, had Hij verklaard:

Ezechiël 33:11 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?

Bekeren is omkeren. Een omkering in je denken over God en je houding t.a.v. God. Omkeren naar God toe i.p.v. God af. Als Ezechiël de goddelozen niet zou waarschuwen, zouden ze in hun zonden sterven en zou hij daarvoor verantwoordelijk gehouden worden. Als hij hen echter getrouw waarschuwde en ze weigerden acht te slaan op de waarschuwing, zouden ze in hun zonden sterven, maar zou hij ontheven zijn van alle schuld (zie de verzen Ez. 33:8 en 9).

Een christelijke lezer zou ons eraan kunnen herinneren dat we onder een andere bedeling leven en dat onze boodschap er één van genade is. Dat is waar, maar dit vergroot juist onze verantwoordelijkheid tegenover degenen die niet geloven en verloren gaan. Want Paulus zegt:

I Kor.14:8 Want ook indien de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot den krijg bereiden?

Het betekent als er een zwak en onzeker signaal wordt afgegeven, wie zal er dan naar luisteren? Als wij gelovigen achteloos toestaan dat de verlorenen naar Christusloze graven gaan, zijn wij dan niet moreel verantwoordelijk voor hun ondergang? Zullen we niet verantwoordelijk worden gehouden voor de Rechterstoel van Christus? (Zie 2 Korintiërs 5:10,11). Dit is de reden waarom we zien dat Paulus de oudsten van Éfeze eraan herinnert dat hij niet was opgehouden mensen dag en nacht met tranen te waarschuwen.

Handelingen 20:31 Daarom waakt, en gedenkt, dat ik drie jaren lang nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen.

Toen de apostel terugblikte op zijn bediening onder de Efeziërs, kon hij zeggen:

Handelingen 20:26 Daarom betuig ik ulieden op deze huidigen dag, dat ik rein ben van het bloed van u allen.

En dit was zo geweest met zijn bediening in het algemeen. Sterker nog, het was nu zijn verlangen dat hij, wat het ook mocht kosten:

Handeling 20:24 Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.

Dat Ezechiël en de apostel Paulus, die grote strijder voor de genade van onze Heer Jezus Christus, ons herinneren aan onze grote verantwoordelijkheid jegens de verlorenen! Want er is geen reden groot genoeg in deze bedeling (uitdeling) van Gods genade om geen gehoor te geven hieraan en het Woord der waarheid niet bekend te maken.

Persoonlijk heb ik ook getwijfeld of ik wel geschikt ben om de uitnemende rijkdom Zijner genade te vertellen aan de mensen. Want er zijn misschien onder de degenen die mij kennen  of gekend hebben die vinden dat ik tekortschiet, op welke manier dan ook. Maar zoals Paulus ons allen leert in zijn brieven, zijn wij perfect in Christus. Dan geldt het volgende vers:

2 Kor. 12:9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.

De Kracht van Christus is die van de opstanding (zie Rom. 1:16) en die opstanding kan niet plaats vinden als niet eerst alle zonden afbetaald zijn door Zijn kruisiging. Door deze kracht van God kunnen zondaars zoals ik rechtvaardig en zalig gemaakt worden.

Als ik, na mijn redding door de gekruisigde Christus op met mijn eigen kracht rechtvaardig leven wil, dan zeg ik eigenlijk dat de genade van God onvoldoende is en doe ik Zijn dood en opstanding teniet. Dat is natuurlijk onbestaanbaar voor iemand die het offer van Christus heeft aangenomen, die daardoor een kind van God is geworden en door Hem niet meer verdoemd zal worden. Zal er dan iemand zijn die beweren kan dat het anders is?

Rom 8:31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

Precies, wie kan dan rechtens zeggen dat wij tekort schieten? Zo hebben u en ik geen excuus meer om het Evangelie van Gods genade niet uit te delen aan de mensen. Nu wil het woord bij de daad voegen. Ik heb een podcast gemaakt die uitlegt wat het Evangelie van de genade God betekent. Klik hier

Geloof, hoop en liefde.

Geloof, hoop en liefde.

1 Kor. 13:13 En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Paulus had in 1 Kor. 13 enkele van de wonderbare tekenen besproken die zouden verdwijnen naarmate Gods openbaring volledig werd. Maar geloof, hoop en liefde, zo verklaarde hij, zouden blijven bestaan als een drievoudig bewijs van het ware christendom.

Deze drie zijn alles wat we nodig hebben in de huidige “bedeling van de genade van God”. Elke kerk waar geloof, hoop en liefde in overvloed worden gevonden is een “volle” kerk. Zij mag slechts enkele leden hebben, maar welke grotere zegen kan zij zich wensen dan geloof, hoop en liefde in haar gemeenschap?

Geloof, hoop en liefde zijn een drie-eenheid waarnaar vaak wordt verwezen in de brieven van Paulus. Elk is op zijn manier van fundamenteel belang, en geen enkele kan bestaan zonder de andere twee.

Heb. 11:6 Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

Het geloof is van primair belang. Uit bovenstaand vers blijkt dat het zonder geloof is het onmogelijk God te behagen, en hoe kunnen er hoop en liefde zijn zonder geloof?

De hoop neemt de centrale plaats in onder de drie. Hoop is in de Bijbel meer dan een wens; het is het tegenovergestelde van wanhoop, een gretige verwachting van komende zegeningen. Hoop is de ervaring van de christen, zijn leven met het oog op de eeuwige heerlijkheid. De bron van onze hoop is deze:

1 Thess. 4:13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.

1 Thess 4:14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.

1 Thess 4:15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.

1 Thess 4:16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;

1 Thess 4:17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.

1 Thess 4:18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.

Liefde is de bekronende deugd van de drie; zij is de vrucht van geloof en hoop, en is het grootst in die zin dat zij “de band der volmaaktheid” is. Bovendien is de liefde eeuwig. Op een dag zal voor iedere ware gelovige “het geloof in het zicht verdwijnen, de hoop in verrukking opgaan” en zal de liefde heersen.

Moge God ons helpen, in onze gemeenschap met elkaar, een volle maat van geloof, hoop en liefde te bewijzen.

Er is maar één waarheid en één Evangelie.

In Galaten hoofdstuk 1, 2 en 3 wordt het Evangelie van Gods genade geleerd door de apostel Paulus. In hoofdstuk 1 ligt de nadruk op het feit dat Paulus de leer van de bedeling van genade niet heeft ontvangen van een mens, maar van niemand minder dan de HEERE Jezus Christus die hem dat vanuit de hemel heeft gegeven. Het is belangrijk je te realiseren dat toen Paulus het Evangelie van Gods genade verkondigde aan de Joden én heidenen, die leer volslagen onbekend was. Het was een nieuwe openbaring.

Gal. 2:1 Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende.

Gal. 2:2 En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben.

Je leest hier dus dat Paulus naar 14 jaar naar Jeruzalem is gegaan om het Evangelie dat hij onder de heidenen verkondigde voor te stellen aan o.a. Petrus, Jakobus en Johannes. Dan stelt zich de vraag welk Evangelie hij dan predikte onder heidenen? 

Handelingen 20:24 Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.

Dit Evangelie van Gods genade kun je leren in de brieven van de apostel Paulus aan de Romeinen, aan de Korinthiërs en aan de Galaten. Het hele werk van Paulus omvat de brief aan de Romeinen tot en met de brief aan Filemon. In de tijd dat Paulus naar Jeruzalem gaat is er geen sprake meer van de 12 apostelen, maar alleen van Petrus, Jakobus, en Johannes. Jakobus was geen apostel, maar de menselijke halfbroer van de HEERE. Zij schreven Hebreeën t/m Openbaringen en de inhoud daarvan is gericht aan besnedenen (het huis van Israël). Het is hier dus een heel andere periode, waarbij gesproken wordt over de apostelen van Jeruzalem. Er is een groot verschil tussen de apostelen en profeten van Jeruzalem en de apostelen en profeten van de bedeling van genade, zoals Paulus die noemt in Eféze 3:5

Gal. 2:3 Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden.

De besnijding is een grote zaak in het Oude Testament, maar als we bij Paulus komen, dan wordt zichtbaar dat er een verandering heeft plaats gevonden in hoe God omgaat met de mensen. In onderstaand verzen wordt kort, bondig en duidelijk door Paulus uitgelegd waarin het anders is.

Kol. 2:8 Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;

Kol. 2:9 Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;

Kol. 2:10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;

Kol. 2:11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;

Kol. 2:12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.

Kol. 2:13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;

Kol. 2:14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

Kol. 2:15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.

Dit is de uitleg van de werkelijke besnijdenis, namelijk die van het hart, waardoor je zalig wordt. En dat niet uit eigen kracht, maar het is een gave van God door de kruisiging en opstanding van Christus. We weten uit Handelingen 15:1 dat er sommige van Judea kwamen om de broederen te leren dat ze niet zalig kunnen worden als ze niet volgens de wet van Mozes besneden worden. Maar zoals je uit het voorgaande kunt lezen staat dat haaks op wat Paulus leert.

Gal. 2:4 En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen.

De vraag is of die valse broederen ook werkelijk broederen waren. Ik geloof van wel, want wie gelooft dat Christus is gestorven voor zijn zonden en opgestaan voor zijn rechtvaardigheid, die zal zalig worden en is daarmee een broeder. Die Judeeërs waren broederen die eerst de prediking van Petrus hebben gehoord en later die van Paulus. Ze geloofde het, maar hadden moeite ermee.

Het is vergelijkbaar met een gereformeerde predikant die één doop predikt, maar leert dat die doop de kinderdoop is. De punt is dat alleen iemand die gelooft dat Christus God is en Hij gestorven is voor zijn zonden en opgestaan op zijn rechtvaardigheid, die alleen zal zalig worden. Niet het feit dat iemand als baby met water is gedoopt. Wie gereformeerde gelovigen vraagt of ze gered zijn (zalig geworden) en of ze een kind van God zijn, zal vaak horen dat ze het niet zeker weten. De bijbel leert dat ze kinderen van God zijn en ik geloof de Bijbel. Ze zijn daarmee broederen, maar ze hebben moeite met de leer van de bedeling van genade. Ze snijden het Woord der waarheid niet recht, maar mengen aspecten van niet-Paulus leer met die van Paulus.

In Handelingen 21:20 lees je van Paulus die Jakobus spreekt, die helemaal trots is op het feit dat er velen Joden zijn die geloven én dat zij ijverig zijn in het houden de wet van Mozes. En zij kwamen hen bespioneren om hen dienstbaar te maken aan de wet van Mozes. Als je gelooft dat je redding/rechtvaardigheid afhangt van werken (door de wet te houden), dan ben je niet vrij. Maar die gelooft is rechtvaardig zonder werken van de wet te doen.

Vrij zijn wil niet zeggen dat je een vrijbrief hebt om te leven zoals de ongelovigen. Namelijk, dat je kan doen wat je maar wil, omdat je toch gered bent. Zo van, het maakt niet meer uit. Nee, maar vrij zijn wil zeggen dat je vrij bent van de wet van Mozes. Vrij van waterdoop, besnijding, sabbat, wat wel en niet gegeten mag worden enz.

Gal. 2:5 Denwelken wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven.

Er is tegenwoordig veel valse leer. Predikanten die voor hun inkomen afhankelijk zijn van hun gemeente, die zullen het moeilijk vinden om de waarheid ongefilterd te verkondigen. Want het zou kunnen betekenen dat mensen bij hem weglopen en dat kost hem geld. Paulus had een enorme verantwoordelijkheid, want hij moest ervoor zorgen dat we zo’n 2.000 jaar later nog steeds de zuivere waarheid kunnen leren. Ik had het geluk Dov Avnon tegen te komen, die mij de waarheid heeft geleerd. Maar er zijn veel mensen die de waarheid nooit horen, omdat hun predikant die misschien wel kent, maar hen die niet leert uit angst om mensen te verliezen.

Gal. 2:6 En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht.

In Jeruzalem keken de gelovigen met groot ontzag op tegen Petrus, Jakobus en Johannes, want zij waren met Christus geweest toen die nog op aarde was. Maar Paulus heeft zijn Evangelie van Christus ontvangen en hij keek daarom niet op tegen hen. En ook vandaag de dag zou je op kunnen kijken tegen je predikant, priester of leraar. Erudiete, eloquente mannen die bedreven zijn in de apologetica. Maar daar hoef je niet tegenop te kijken, want wij hebben het Woord en daarmee het Evangelie van Gods genade dat we eenvoudig kunnen uitleggen en delen met andere in liefde.

Gal. 2:7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis;

Dit vers maakt alles eenvoudig en overzichtelijk. Er staat hier heel duidelijk dat er twee Evangelies zijn. Ten eerste die van voorhuid (het Evangelie van genade) dat Paulus aan de heidenen verkondigde. Daarbij maakt het niet uit of je een Jood bent of niet-Jood, zalig kan je alleen worden door geloof in de kruisigde Christus. Dus door besnijding van het hart, want alle mensen zijn onbesneden van hart. 

Wie Hebreeën t/m openbaring leest kan dankzij dit vers begrijpen dat daarin het Evangelie van de besnijdenis is beschreven. Als de bedeling van genade beëindigd wordt, zal Christus de gemeente ontmoeten in wolken. Daarna zal God zijn plan met het volk Israël weer in werking zetten en dat is de periode waarin Hebreeën t/m openbaring actueel zijn.

De discussie of de Hebreeën brief al-dan-niet geschreven is door Paulus is niet relevant, omdat nu duidelijk is dat deze twee Evangelies er zijn en wanneer welke van toepassing is.

Gal. 2:8 (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen);

Dit vers is met de kennis die we nu opgedaan hebben dan ook te begrijpen. Want toen Christus op aarde was leerde Hij de 12 apostelen over het Evangelie van de besnijdenis. Maar na de steniging van Stefanus, werd Paulus bekeerd door Christus vanuit de hemel en gaf hem de opbaring van het Evangelie van de genade Gods.

Hebt u Gods Geest?

Inleiding

Dit artikel gaat over de genade van God en meer specifiek over de Geest van God. We zullen de implicaties bekijken van de vragen:

  • Heeft u Gods Geest ontvangen?
  • Bent u verzegelt met Gods Geest?
  • Woont Gods Geest in u?

Heeft u Gods Geest ontvangen?

Handelingen 19:1 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,

Handelingen 19:2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.

Als Paulus door het land reist ontmoet hij mensen die geloven. Maar deze gelovigen zijn alleen gedoopt door Johannes. En ze antwoorden hem op zijn vraag of zij de Heilige Geest hebben ontvangen, dat ze niet eens wisten dat die bestond. Laat staan dat ze die hadden ontvangen. Het is dus een heel belangrijke vraag.

Want alle mensen geloven wat. De één geloofd in zichzelf, de ander in Boedha en weer een ander geloofd dat er überhaupt geen God bestaat. Kortom, iedereen is diep gelovig en het is dus niet zozeer van belang of iemand gelooft, maar veel meer wat iemand gelooft. En Paulus maakt zijn vraag nog véél specifieker, nl. of u de Heilige Geest hebt ontvangen op het moment van geloof?

Nu staat de Heilige Geest niet op zichzelf. Wij geloven dat God één is en dat Hij zich manifesteert in God de Vader, in God de Zoon (dat is God in een menselijk lichaam) én God de Heilige Geest. Het is God de Heilige Geest die in ons woont en die zondige mensen verbindt  met God die in de Hemel is.

Om de betekenis van het hebben van de Heilige Geest beter inzichtelijk te maken, stelt u zich voor dat u een gesprek heeft met een voetbalfanaat. Wilt u echt met hem kunnen praten, dan zult u ook veel van voetbal moeten weten. Als dat zo is, zeggen we wel dat u op eenzelfde “golflengte” zit met die persoon; u hebt dezelfde geest en verstaat elkaar. Zo is het ook tussen een zondige mens en God.

Dankzij de kruisigde en uit de dood opgestane Christus (God de Zoon) hebben wij God de Heilige Geest die in ons woont, waardoor we een relatie kunnen opbouwen met God de Vader. Of, anders gezegd, God heeft zijn Geest gestuurd en die doopt (= één worden) zondige mensen in het Lichaam van Christus, zodat wij nu dankzij Zijn Geest kunnen zeggen: “Abba Vader”.

Romeinen 8:15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!

Daarom vraagt Paulus ook in Handelingen 19:2 of u de Heilige Geest hebt ontvangen op het moment van geloof. En meteen volgt de vraag wat gelooft u dan precies? U ontvangt namelijk de Heilige Geest alleen op het moment dat u gelooft, c.q. aanneemt, dat Jezus Christus God is en dat Hij is gestorven voor uw zonden en opgestaan voor uw rechtvaardigheid.

Daarom is de vraag of u Gods Geest hebt ontvangen een hele cruciale vraag! Want, mensen geloven in een heleboel dingen en sommigen noemen zich Christelijk omdat ze ooit iets in de Bijbel gelezen hebben of er over gehoord hebben. Maar de vraag nu is of u de Heilige Geest ontvangen hebt op het moment van geloof.

Bent u verzegelt met Gods Geest?

In de brief van de apostel Paulus aan de Éfeziërs schrijft hij nog meer over de Heilige Geest:

Éfeze 1:13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;

Éfeze 1:14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

In vers 1:13 ziet u opnieuw dat hij nadruk legt op de vraag wat u geloofd. Dat kunt u opmaken uit de tekst “het woord der waarheid”. Want wat is dit woord der waarheid dan? Dat volgt na de komma: “namelijk het Evangelie uwer zaligheid” en dat is dat wat u gelooft, c.q. aanneemt. Namelijk, dat Jezus Christus God is en dat Hij is gestorven voor uw zonden en opgestaan voor uw rechtvaardigheid. Paulus vervolgt dan met de woorden “in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heiligen Geest der belofte”.

Nu is die belofte een ander wezenlijk punt. Want God heeft ons, de heidenen, nooit iets beloofd. Hij heeft Israël de Heilige Geest beloofd via de profeet Joël en Hij heeft dat later ook  laten gebeuren. Die gebeurtenis is in het boek Handelingen hoofdstuk 2 beschreven.

Joël 2:28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;

Joël 2:29 Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.

Handelingen 2:3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.

Handelingen 2:4 En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Maar nu maakt Paulus bekend, onder de huidige bedeling van genade, dat ook de heidenen de belofte van de Heilige Geest hebben ontvangen! Dit is enorm belangrijk, want als u elke zondag naar de kerk gaat, en een goede Christen bent en spreekt over God, maar u heeft de Heilige Geest niet, dan bent u niet gered!

Hoe krijgen we die belofte dan? Is het dan omdat iemand in Israël is geweest? Of een heiden in Jeruzalem is geweest? Of iemand met water gedoopt is? Of iemand goede werken doet? Of iemand zijn best doet om God te behagen? Nee, het is uit genade van God alleen en dit staat in Éfeze 1 vers 13 en 14. En dat is op het moment dat u het Evangelie van u zaligheid hebt gehoord en hebt aangenomen, te weten Christus die voor uw zonden is gestorven en voor uw rechtvaardigheid is opgestaan.

Paulus schrijft verder de woorden:  “zijt verzegeld geworden met de Heiligen Geest der belofte”. God heeft zijn belofte vast gemaakt met een zegel dat niet gebroken kan worden. Als we iets kostbaars zeker willen bewaren voor lange tijd, dan verzegelen we het. Zo ook hier. We zijn als het ware opgesloten in die belofte. Het is onmogelijk dat iemand gered kan worden door zijn goede werken. Evenzo kan iemand ook niet verloren gaan door zijn slechte werken, want wij zijn verzegeld onder een onbreekbaar zegel. Die zegel is namelijk de Heilige Geest.

Woont Gods Geest in u?

In dezelfde brief van Paulus aan de Éfeziërs schrijft hij:

Éfeze 4:30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.

Éfeze 4:31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;

Nu kan bij u de vraag opkomen, hoe lang is die verzegeling werkzaam? Immers, als we voedsel verzegelen om lang te bewaren, dan komt er naar verloop van tijd toch wat lucht bij en bederft het alsnog. Zou dat in dit geval ook zo zijn? De verzegeling met de Heilige Geest blijft goed zolang God het wil en we lezen in vers 30 dat dit tot de dag van de verlossing zal zijn.

Dat is een dag waarop we de Heere zullen ontmoeten en dan zullen wij verlost zijn van ons aardse lichaam. We zullen dan een nieuw lichaam krijgen. Dankzij de Heilige Geest hebben we de zekerheid dat we gered zijn en daardoor kunnen we nu God prijzen, Abba Vader zeggen, wandelen in de Geest (= leven naar Gods wil en welbehagen) en geestelijke dingen verstaan.

Maar het heeft ook consequenties. Want Paulus schrijft hier wel dat wij de Heilige Geest niet moeten bedroeven. Dat is soms moeilijk, want we leven hier op aarde en onvermijdelijk  denken en doen we dingen waarmee we de Heilige Geest bedroeven. Kijk in dit verband naar vers 4:31. We moeten niet boos blijven of verbittert zijn enz. Want daarmee bedroeven we de Heilige Geest.

We hebben geleerd dat de verzegeling onbreekbaar is tot de dag van verlossing. Dat betekent ook dat onze redding niet teruggedraaid zal worden. Als een geredde gelovige een ernstige misdaad pleegt, laten we zeggen moord, dan is hij strafbaar voor de wereld, maar God heeft hem in Christus aangenomen en draait dat niet terug.

De Heilige Geest is evenwel bedroeft en een oprecht gelovige kan dit niet laten bestaan, gelijk iemand zijn geliefde niet wil bedroeven. Dit feit van het bedroeven zorgt ervoor dat iedere oprecht gelovige wel tien keer nadenkt voordat hij/zij iets doet of zegt. Dit is dan de consequentie die zoeven aangehaald werd. Het is niet vrijblijvend!

Samenvattend.

Het is de vraag of u Gods Geest hebt ontvangen door te geloven dat Christus God is en dat Hij voor onze zonden is gestorven en voor onze rechtvaardigheid is opgestaan. Is dat het geval? Kunt u dat oprecht geloven? Zo ja, dan wordt u verzegeld met de Heilige Geest. De verzegeling geeft u de zekerheid van uw redding, waardoor u God kunt prijzen, wandelen in de Geest en geestelijk dingen kunt verstaan. Maar nu kunt u ook de Heilige Geest bedroeven en het is daarom belangrijk om bitterheid, boosheid, geroep, roddel, lastering en meer weg te doen uit uw leven. Het is geen vrijblijvende genade namelijk.