Bent u een kind van God?

Wie mensen vraagt wat zij geloven, die krijgt uiteenlopende antwoorden. De een zal zeggen dat hij in God gelooft, de ander in Allah en weer ander gelooft in de kracht van de mens zelf en heeft een humanistische inslag. Vanuit dit perspectief gezien bestaat de wereld uit mensen die religieus of filosofisch georiënteerd zijn. Kijken we wat meer kritisch naar hoe die mensen leven en denken, dan is het verschil met ineens minder groot. Beide groepen proberen een beter mens te worden door zich in te spannen de juiste dingen te denken en te doen. Men wil wijsheid vergaren om succesvol te leven. De ene groep meet zijn succes af naar de waardering die zij ontvangen van hun geloofsgemeenschap in hun inspanningen om God te behagen en de andere groep meet hun succes af aan de waardering die ze ontvangen van andere mensen (familie, vrienden enz.). Je ziet daar sterke parallellen, want in beide gevallen is de waardering binnen de sociale kring de maatstaf van succes. Je mag stellen dat mensen elkaar tegenwoordig bewieroken zodat iedereen succesvol is. De ene groep bestaat uit religieuze mensen, de andere groep uit seculiere mensen. De religieuze mens heeft voor de seculiere mens, dat hij een Gods besef heeft. Bij seculiere mensen is er soms sprake van een agnostische houding die zich kenmerkt met de gedachte dat er “iets” is, maar wat wordt niet gedefinieerd en soms God genoemd als een containerbegrip. Maar er is een derde groep, het Lichaam van Christus, de gemeente. Wie zijn zij en wat geloven zij?

Wat iemand gelooft is minder relevant, omdat we gezien hebben dat de antwoorden uiteenlopend zijn en strikt genomen is elk mens een gelovige is. Zelfs die degene die zegt zonder geloof te zijn, gelooft wat hij zegt. Maar de apostel Paulus stelt de vraag veel scherper:

Handelingen 19: 1 en 2 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Éfeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende, Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is. En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes. Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.

Paulus begint met de vraag of u de Heilige Geest ontvangen hebt op het moment van geloof. Dit gaat meteen door naar de kern van het verschil met religie. De discipelen (volgelingen) geven te kennen dat zij niet eens wisten dat er een Heilige Geest bestond. De Heilige Geest (ook wel Gods Geest) hebben is enorm belangrijk, aangezien Die ervoor zorgt dat een mens op het moment van geloof in het Lichaam van Christus wordt opgenomen. Het is niet zoals in Mattheüs hoofdstuk 3 en handelingen 2:38 staat:

H2:38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

De Bijbel kent wel 11 dopen en u mag niet zomaar elke tekst over de doop op de gemeente van vandaag toepassen. Paulus legt dan ook uit wat de doop van Johannes precies betekent. In Mattheüs hoofdstuk drie gaat het erom dat de Israëlieten (dus niet wij uit de volkeren) zich moest bekeren. Bekeren betekent hier dat de Israëlieten terug moesten keren tot God. Zij zijn het uitverkoren volk van God, voor wie Hij vele wonderen verricht heeft en die Hij de ark van het verbond gegeven heeft, die Hij de wet gegeven heeft via Mozes, die Hij de dienst van God gegeven heeft en de belofte van de Messias. Zij moeten omkeren op de weg die hen van God wegvoert.

Maar voor ons, die uit de volkeren zijn (heidenen) geldt dat niet. Wij (alleen degenen die Christus hebben aangenomen als onze persoonlijke verlosser) waren zonder Christus, vreemden van het burgerschap van Israël en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, zonder enige hoop en zonder God in de wereld (Éfeze 2:12).

Voor ons betekent bekering heel wat anders. Het wil zeggen dat u nadenkt over alles en tot conclusie komt dat u moet aannemen dat Christus voor uw zonden is gestorven en daarna uit de dood is opgestaan om u voor God rechtvaardig te maken, waardoor u verzoent, verlost en vergeven wordt. Een mens wordt rechtvaardig door geloof alleen. Helaas worden veel kerkgangers een rad voor ogen gedraaid, als ze leren dat ze eerst gedoopt moeten worden vooraleer zij een mogelijkheid krijgen de Heilige Geest te ontvangen en rechtvaardig zouden kunnen worden.

Rom. 8:7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

Dit wil zeggen dat iemand die religieus is, vele goede werken doet en zich heeft laten dopen, God niet kan behagen. Sterker, Paulus noemt het vijandschap met God! Daar geeft ook de reden bij, namelijk dat zo iemand nog leeft als de oude mens, die door zonden verloren zal gaan. Een vleselijk iemand dus en zo iemand kan God domweg niet behagen, hoe groot zijn goede werken ook zijn (het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan). Dat is iemand die niet aanneemt dat hij van nature een zondaar is en gered moet worden door de gekruisigde Christus. Maar zo iemand verkiest zijn eigen manier om zijn rechtvaardigheid te bewijzen om daarna van God af te eisen dat Hij hem als rechtvaardige aanneemt en niet door de gekruisigde en weer opgestane Christus. Zo iemand ontkent God en Christus in Zijn geheel. Daarom formuleert Paulus het ook zo scherp, temeer ook omdat Paulus voor zijn bekering door Christus vanuit de hemel, de grootste vervolger was van de volgelingen van Christus. Paulus wist waarover hij sprak.

Rom. 8:9 Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

Hier bevestigt Paulus krachtig dat iemand die zijn vertrouwen stelt op het evangelie van de genade van God, verzegeld is geworden met de Heilige Geest, daar Hij anders niet in hem kan wonen. Gods Geest woont in iemand, ook al leeft hij nog in een sterfelijk lichaam en wandelt hij soms nog naar het vlees. Dan is het niet meer dan voor de hand liggend dat iemand die Christus niet gelooft, ook niet aan Christus toebehoort.

Het antwoord is heel simpel; je behoort Christus toe of niet. Er is geen tussenweg mogelijk. Het goede nieuws is dat iedereen Christus kan toehoren als hij/zij dat wil, door simpelweg het geloven dat Christus is gestorven zijn zonden en opgestaan voor zijn rechtvaardigheid; uit geloof (VAN de gekruisigde Christus) tot geloof (in het volbrachte werk van Christus aan datzelfde kruis)!

Wat je ook gedaan hebt, of nog gaat doen, alle zonden zijn afgekocht door de dood van Christus. Je bent volmaakt in Christus. We zeggen dat we wij zijn gedoopt in de dood van Christus (Romeinen hoofdstuk 6). En op dezelfde manier dat wij één zijn geworden met Christus in zijn dood om de zonden wil, zijn wij ook één geworden in Zijn opstanding, tot heerlijkheid van de Vader, opdat wij ook zullen wandelen in de nieuwheid van het leven.

Toch is het soms moeilijk te accepteren dat alle zonden vergeven zijn, waardoor u niet kunt genieten van alles wat Christus voor u gedaan gedaan. Immers, hoewel u gerechtvaardigd bent in Christus, zondigt u soms toch nog. Dit komt voort uit schuld gevoel, omdat de leer van kerk een helder zicht op deze grote genade wegneemt. Door alle vertwijfeling die gezaaid wordt, ontstaat vaak de vraag hoe u kunt weten dat u een kind van God bent.

Rom 8:15 en 16 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

De vreugde van geloven komt niet voort uit een gevoel of emoties, maar zij komt voort uit de wetenschap van de verborgenheid van Christus (rechtvaardig uit geloof alleen). Die wetenschap is niet academisch, maar u leert haar uit het Woord van God, specifiek uit de brieven van de apostel Paulus.

Iemand die in werkelijk de meest ellendige omstandigheden verkeert en in levensgevaar is, kan zich afvragen waar de liefde van God is. Zijn emoties doen hem twijfelen. Zijn omstandigheden lijken misschien zelfs tegen hem te getuigen. Maar Gods liefde wordt niet bewezen door onze omstandigheden. Zij wordt bewezen door wat Christus voor ons gedaan heeft aan het kruis.

Rom. 5:8 Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren.

Omdat Gods liefde zo onomstotelijk bewezen is in het volbrachte werk van Christus, kan Paulus schrijven:

Rom. 5:5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons gegeven is.

De gelovige hoeft daarom niet eerst naar zijn gevoelens te kijken om te weten of God hem liefheeft. Hij mag zien op Christus en weten dat Gods liefde reeds bewezen is. Op grond daarvan kan hij ook in moeilijke omstandigheden rust vinden. Wie hierover zekerheid zoekt, leest het volgende en schrijft het diep in zijn hart:

Éfeze 1:13 en 14 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte ; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

Markeer het woord verzegeld en het woord onderpand. Het woord verzegeld betekent in het dagelijks gebruik officieel bevestigen en als eigendom markeren. In Bijbels verband betekent het dat God de gelovige als Zijn eigendom heeft gemarkeerd en bevestigd. Het is Gods eigen verklaring dat degene die het Evangelie geloofd heeft, Hem toebehoort.

De zekerheid daarvan ligt besloten in het woord onderpand. Een onderpand is een waarborg of garantie dat een belofte volledig zal worden nagekomen. Toen wij het Evangelie geloofden, gaf God ons de Heilige Geest als onderpand van de erfenis die wij later volledig zullen ontvangen. De Heilige Geest is dus Gods garantie aan ons dat Hij zal voltooien wat Hij begonnen is.

Het onderpand is niet gegeven omdat God onzeker zou zijn over de uitkomst, maar omdat Hij wil dat wij zekerheid hebben. De aanwezigheid van de Heilige Geest in de gelovige is Gods bewijs dat de toekomstige verlossing en erfenis vaststaan. Daarom kan geen ware gelovige ooit verloren gaan; God Zelf staat garant voor de vervulling van Zijn belofte.

Plaats een reactie