Inleiding
Dit artikel gaat over de genade van God en meer specifiek over de Geest van God. We zullen de implicaties bekijken van de vragen:
- Heeft u Gods Geest ontvangen?
- Bent u verzegelt met Gods Geest?
- Woont Gods Geest in u?
Heeft u Gods Geest ontvangen?
Handelingen 19:1 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,
Handelingen 19:2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.
Als Paulus door het land reist ontmoet hij mensen die geloven. Maar deze gelovigen zijn alleen gedoopt door Johannes. En ze antwoorden hem op zijn vraag of zij de Heilige Geest hebben ontvangen, dat ze niet eens wisten dat die bestond. Laat staan dat ze die hadden ontvangen. Het is dus een heel belangrijke vraag.
Want alle mensen geloven wat. De één geloofd in zichzelf, de ander in Boedha en weer een ander geloofd dat er überhaupt geen God bestaat. Kortom, iedereen is diep gelovig en het is dus niet zozeer van belang of iemand gelooft, maar veel meer wat iemand gelooft. En Paulus maakt zijn vraag nog véél specifieker, nl. of u de Heilige Geest hebt ontvangen op het moment van geloof?
Nu staat de Heilige Geest niet op zichzelf. Wij geloven dat God één is en dat Hij zich manifesteert in God de Vader, in God de Zoon (dat is God in een menselijk lichaam) én God de Heilige Geest. Het is God de Heilige Geest die in ons woont en die zondige mensen verbindt met God die in de Hemel is.
Om de betekenis van het hebben van de Heilige Geest beter inzichtelijk te maken, stelt u zich voor dat u een gesprek heeft met een voetbalfanaat. Wilt u echt met hem kunnen praten, dan zult u ook veel van voetbal moeten weten. Als dat zo is, zeggen we wel dat u op eenzelfde “golflengte” zit met die persoon; u hebt dezelfde geest en verstaat elkaar. Zo is het ook tussen een zondige mens en God.
Dankzij de kruisigde en uit de dood opgestane Christus (God de Zoon) hebben wij God de Heilige Geest die in ons woont, waardoor we een relatie kunnen opbouwen met God de Vader. Of, anders gezegd, God heeft zijn Geest gestuurd en die doopt (= één worden) zondige mensen in het Lichaam van Christus, zodat wij nu dankzij Zijn Geest kunnen zeggen: “Abba Vader”.
Romeinen 8:15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
Daarom vraagt Paulus ook in Handelingen 19:2 of u de Heilige Geest hebt ontvangen op het moment van geloof. En meteen volgt de vraag wat gelooft u dan precies? U ontvangt namelijk de Heilige Geest alleen op het moment dat u gelooft, c.q. aanneemt, dat Jezus Christus God is en dat Hij is gestorven voor uw zonden en opgestaan voor uw rechtvaardigheid.
Daarom is de vraag of u Gods Geest hebt ontvangen een hele cruciale vraag! Want, mensen geloven in een heleboel dingen en sommigen noemen zich Christelijk omdat ze ooit iets in de Bijbel gelezen hebben of er over gehoord hebben. Maar de vraag nu is of u de Heilige Geest ontvangen hebt op het moment van geloof.
Bent u verzegelt met Gods Geest?
In de brief van de apostel Paulus aan de Éfeziërs schrijft hij nog meer over de Heilige Geest:
Éfeze 1:13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;
Éfeze 1:14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
In vers 1:13 ziet u opnieuw dat hij nadruk legt op de vraag wat u geloofd. Dat kunt u opmaken uit de tekst “het woord der waarheid”. Want wat is dit woord der waarheid dan? Dat volgt na de komma: “namelijk het Evangelie uwer zaligheid” en dat is dat wat u gelooft, c.q. aanneemt. Namelijk, dat Jezus Christus God is en dat Hij is gestorven voor uw zonden en opgestaan voor uw rechtvaardigheid. Paulus vervolgt dan met de woorden “in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heiligen Geest der belofte”.
Nu is die belofte een ander wezenlijk punt. Want God heeft ons, de heidenen, nooit iets beloofd. Hij heeft Israël de Heilige Geest beloofd via de profeet Joël en Hij heeft dat later ook laten gebeuren. Die gebeurtenis is in het boek Handelingen hoofdstuk 2 beschreven.
Joël 2:28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;
Joël 2:29 Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.
Handelingen 2:3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
Handelingen 2:4 En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
Maar nu maakt Paulus bekend, onder de huidige bedeling van genade, dat ook de heidenen de belofte van de Heilige Geest hebben ontvangen! Dit is enorm belangrijk, want als u elke zondag naar de kerk gaat, en een goede Christen bent en spreekt over God, maar u heeft de Heilige Geest niet, dan bent u niet gered!
Hoe krijgen we die belofte dan? Is het dan omdat iemand in Israël is geweest? Of een heiden in Jeruzalem is geweest? Of iemand met water gedoopt is? Of iemand goede werken doet? Of iemand zijn best doet om God te behagen? Nee, het is uit genade van God alleen en dit staat in Éfeze 1 vers 13 en 14. En dat is op het moment dat u het Evangelie van u zaligheid hebt gehoord en hebt aangenomen, te weten Christus die voor uw zonden is gestorven en voor uw rechtvaardigheid is opgestaan.
Paulus schrijft verder de woorden: “zijt verzegeld geworden met de Heiligen Geest der belofte”. God heeft zijn belofte vast gemaakt met een zegel dat niet gebroken kan worden. Als we iets kostbaars zeker willen bewaren voor lange tijd, dan verzegelen we het. Zo ook hier. We zijn als het ware opgesloten in die belofte. Het is onmogelijk dat iemand gered kan worden door zijn goede werken. Evenzo kan iemand ook niet verloren gaan door zijn slechte werken, want wij zijn verzegeld onder een onbreekbaar zegel. Die zegel is namelijk de Heilige Geest.
Woont Gods Geest in u?
In dezelfde brief van Paulus aan de Éfeziërs schrijft hij:
Éfeze 4:30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.
Éfeze 4:31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;
Nu kan bij u de vraag opkomen, hoe lang is die verzegeling werkzaam? Immers, als we voedsel verzegelen om lang te bewaren, dan komt er naar verloop van tijd toch wat lucht bij en bederft het alsnog. Zou dat in dit geval ook zo zijn? De verzegeling met de Heilige Geest blijft goed zolang God het wil en we lezen in vers 30 dat dit tot de dag van de verlossing zal zijn.
Dat is een dag waarop we de Heere zullen ontmoeten en dan zullen wij verlost zijn van ons aardse lichaam. We zullen dan een nieuw lichaam krijgen. Dankzij de Heilige Geest hebben we de zekerheid dat we gered zijn en daardoor kunnen we nu God prijzen, Abba Vader zeggen, wandelen in de Geest (= leven naar Gods wil en welbehagen) en geestelijke dingen verstaan.
Maar het heeft ook consequenties. Want Paulus schrijft hier wel dat wij de Heilige Geest niet moeten bedroeven. Dat is soms moeilijk, want we leven hier op aarde en onvermijdelijk denken en doen we dingen waarmee we de Heilige Geest bedroeven. Kijk in dit verband naar vers 4:31. We moeten niet boos blijven of verbittert zijn enz. Want daarmee bedroeven we de Heilige Geest.
We hebben geleerd dat de verzegeling onbreekbaar is tot de dag van verlossing. Dat betekent ook dat onze redding niet teruggedraaid zal worden. Als een geredde gelovige een ernstige misdaad pleegt, laten we zeggen moord, dan is hij strafbaar voor de wereld, maar God heeft hem in Christus aangenomen en draait dat niet terug.
De Heilige Geest is evenwel bedroeft en een oprecht gelovige kan dit niet laten bestaan, gelijk iemand zijn geliefde niet wil bedroeven. Dit feit van het bedroeven zorgt ervoor dat iedere oprecht gelovige wel tien keer nadenkt voordat hij/zij iets doet of zegt. Dit is dan de consequentie die zoeven aangehaald werd. Het is niet vrijblijvend!
Samenvattend.
Het is de vraag of u Gods Geest hebt ontvangen door te geloven dat Christus God is en dat Hij voor onze zonden is gestorven en voor onze rechtvaardigheid is opgestaan. Is dat het geval? Kunt u dat oprecht geloven? Zo ja, dan wordt u verzegeld met de Heilige Geest. De verzegeling geeft u de zekerheid van uw redding, waardoor u God kunt prijzen, wandelen in de Geest en geestelijk dingen kunt verstaan. Maar nu kunt u ook de Heilige Geest bedroeven en het is daarom belangrijk om bitterheid, boosheid, geroep, roddel, lastering en meer weg te doen uit uw leven. Het is geen vrijblijvende genade namelijk.
