Is het Evangelie dwaasheid?

Het begin van alles is God, want Hij schiep hemel, aarde en de mens. Hij schiep eerst Adam en hij was dus de eerste mens. Daarna schiep uit een rib van Adam de vrouw, Eva. Zij leefden is het paradijs in volkomen, perfecte, eenheid met God en elkaar. In dat paradijs stond de boom met de kennis van goed en kwaad. God had Adam en Eva verboden daarvan te eten, want ze zouden erdoor sterven. Maar doordat Eva daarvan had gegeten en Adam niets deed om het te voorkomen, werden ze uit het paradijs gezet en leefden zonder God in wereld. Daardoor kwam ook de dood in de wereld en het is de reden dat we allemaal dood gaan, er veel ellende is in de wereld en we hard moeten werken om in stand te houden wat we hebben. We zijn allemaal afstammelingen van Adam en Eva en zijn daardoor ook allemaal zondig zoals Adam en Eva. Dat is ongehoorzaam (= geen gehoor geven) aan God en zijn daarom dood  voor God (lees het boek Genesis in de Statenvertaling Bijbel).

Iemand kan zeggen dat een bepaalde persoon dood is voor hem. Dan is die persoon niet letterlijk dood, maar voor hem bestaat die niet meer. De mens is dood voor God. Dit is het geval voor alle mensen die op aarde leven. De lichamelijk dood staat model voor ons geestelijk dood zijn voor God. Dit is de situatie waarin ieder mens (zonder aanzien van de persoon) op aarde verkeerd.

Het goede nieuws (Evangelie) is dat God zelf naar de aarde is gekomen in de persoon van Jezus Christus, die voor onze zonden aan het kruis is gestorven en daarna opgestaan uit de doden voor onze rechtvaardigheid. Daardoor leeft de gelovige voor eeuwig in perfecte eenheid met God en met elkaar. We kunnen (geestelijk) niet meer zondigen, want we hebben Gods Geest ontvangen. En dit door geloof alleen. De anderen zijn dood, zoals zichtbaar wordt in de lichamelijk dood. Het is een waarschuwing is voor iedereen. Want het gaat niet alleen de dood van het tastbare lichaam, maar het gaat vooral om onze ziel en geest (lees de Romeinenbrief in de Statenvertaling Bijbel).

Dwaasheid!, zal je misschien denken. Hoe kun je zoiets nu geloven? In de wereld zijn zoveel realistischere verklaringen en zoveel filosofieën die beter passen bij onze dagelijkse realiteit. Tja, daar gaat het nu juist om. Wat wil je geloven? Maar, de wetenschap bewijst toch dat… Kan wel zijn, maar dan praat je ook maar iemand na. Want zelfs een wetenschapper is alleen maar kundig op zijn gebied en moet voor de reden van ons bestaan en het waarom van alles ook leunen op wat anderen zeggen. Hij moet ze dus geloven. En aangezien jij en ik alleen verantwoordelijk zijn voor onze eigen leven (ook in de dagelijkse realiteit!), zou ik me nauwkeurig afvragen wat je nu geloven wil. Ik geef je onderstaande mee ter overweging:

1 Kor 1:20 Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?1 Kor. 1:21 Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;1 Kor. 1:22 Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;1 Kor. 1:23 Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;1 Kor. 1:24 Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.1 Kor. 1:25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen. Wil je meer weten over het Evangelie, ga naar www.bijbel.nl

Zondig niet meer

Genade en geloof

Genade en geloof zijn de karakteristieke kenmerken van de huidige bedeling. Niet alleen is de verlossing nu verklaard door genade, door geloof, maar de Geest werkt ook in de gelovige door genade, door geloof. Hij neemt geen bezit van ons en laat ons niet doen wat goed is, maar woont in elke gelovige (I Kor. 6:19) met het doel om ons de nodige leiding te geven en kracht om verleidingen te weerstaan. Wij kunnen van deze voorziening gebruik maken door geloof.

De Geest, die ons eerst leven gaf, zal ons ook kracht geven om verzoekingen te weerstaan en de zonde te overwinnen. In ons onvermogen om zelfs maar te bidden zoals het hoort, “helpt de Geest onze zwakheden” en “doet voorbede voor ons” (Rom. 8:26). In onze zwakheid worden wij “met kracht gesterkt door zijn Geest in de innerlijke mens” (Ef. 3,16) en God zal “onze sterfelijke lichamen levend te maken door zijn Geest die in ons woont” (Rom. 8,11).

Rom. 8:12 Zo dan broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.

De bovenstaande passage betekent dat wij, ook al worden wij zwaar verzocht, schuldenaar zijn aan de Geest die in ons woont en overwinningskracht verschaft.

De vraag in tijden van verzoeking is over het algemeen of wij werkelijk willen overwinnen, want wij kunnen in elke verzoeking overwinnen via de genade, door geloof. In de huidige bedeling van genade is het zeker mogelijk dat de gelovige kan zondigen, maar het is een gezegende waarheid dat hij in elke situatie niet te hoeft zondigen, omdat de Geest is er altijd om te helpen.

Dit alles staat in scherp contrast met wat we in het dagelijks leven zien. Daarin geldt dat je eerst een prestatie moet leveren en dan beloond zal worden. De werkgever betaald het loon pas nadat de werknemer de afgesproken prestatie heeft geleverd. En zo was het ook ten tijde dat Jezus Christus op aarde was:

Matt. 6:12 En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

Matt. 6:14 Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.

Matt 6:15 Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.

Uit dit vers kun je lezen dat wij eerst onze schuldenaren moeten vergeven, voordat God onze schulden kan vergeven. Deze vier Evangeliën zijn dus anders dan het Evangelie van genade dat de apostel Paulus van Christus vanuit de hemel heeft ontvangen en beschreven staat vanaf Handelingen H9 t/m de brief aan Filemon. Want de volle betekenis van Zijn kruising, opstanding en hemelvaart wordt pas via Paulus aan de mensen onthult. Het verschil wordt ook duidelijk uit onderstaande verzen:

Handelingen 2:34 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Het is bij Petrus dus eerst bekeren en dopen voordat er sprake kan zijn van vergeving, rechtvaardiging en het ontvangen van de Heilig Geest. Maar bij Paulus is het anders:

Handellingen 13:38 Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Dezen u vergeving der zonden verkondigd wordt;

Handelingen 13:39 En dat van alles, waarvan gij niet kondet gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes, door Dezen een iegelijk, die gelooft, gerechtvaardigd wordt.

En Paulus schrijft:

Rom. 3:21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:

Rom. 3.22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

Rom. 3:23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;

Rom. 3:24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;

Rom 8:1 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die [daardoor] niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

Rom. 10:4 Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.

Rom. 10:9 Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.

Rom. 11:6 En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.

Ef. 1:13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;

Ef. 1:14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

Ef. 2:8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;

Ef. 2:9 Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Ef. 2:10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

Dus, het is niet dat iemand eerst door goede werken te doen zalig wordt, maar eerst zalig wordt door geloof alleen en vervolgens goede werken kan doen. De goede werken zijn dus niet dat je nooit meer één steek zou laten vallen, maar het gaat om je gezindheid, je houding, denkwijze, mentaliteit naar God toe. En als wij met die levenshouding dan in oprechtheid getuigen dat Christus onze HEERE is, die voor onze zonden aan het kruis gestorven is en daarna opgestaan uit de dood om ons rechtvaardig te maken naar de standaard van God én met heel ons hart geloven dat dit uitsluitend mogelijk is doordat Christus God is (Hij is onze HEERE), dan zullen wij Hem gelijk worden en samen met Hem eeuwig leven in de hoogste hemelen. Voor alle duidelijkheid, de goede werken zijn (maar niet beperkt tot):

Ef. 4:1 Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;

Ef. 4:2 Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde;

Ef. 4:3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes.

Ef. 4:22 Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;

Ef. 4:23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds,

Ef. 4:24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

Ef. 4: 32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

Ef. 5:1 Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;

Ef. 5:2 En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.

Ef. 5:3 Maar hoererij en alle onreinigheid, of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt,

Ef. 5:4 Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.

Ef. 5:22 Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;

Ef. 5:25 Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;

Ef. 6:1 Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht.

Ef. 6:4 En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.

Dit gegeven, dat wij als gelovigen in staat zijn tot de zojuist genoemde goede werken (die dus heel wat anders zijn dan men er doorgaans onder verstaat), dat is wat God voorbereid heeft. En als wij merken dat we in ons dagelijks leven dingen doen die ingaan tegen deze werken van God, zo wandelen wij niet meer daarin en zijn wij in het duister. En het feit dat we ons ervan bewust worden dat wij niet meer wandelen in de werken die God voor ons heeft voorbereid, zo weten wij daardoor ook dat we Gods Geest hebben. Want iemand die Gods Geest niet heeft, kan zich daarvan ook niet bewust worden.

Rom. 8:7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

Je ziet het, iemand die niet gelooft in de gekruisigde Christus, die kan ook niet de dingen van God bedenken, laat staan die te doen. En dit kan het geval zijn onder religieuze mensen, die dus uiterlijk wel alles lijken te doen zoals het hoort, maar in werkelijkheid de wet van God niet volgen en geen vrucht dragen. Want het heeft te maken met wat iemand werkelijk gelooft, wat zijn werkelijke gezindheid is naar God toe. Dit gegeven komt ook tot uitdrukking in het volgende vers dat weliswaar over de Jood gaat, maar het principe is hetzelfde:

Rom. 2:28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;

Rom 2:29 Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.

Maar iemand die Rom. 10:9 ernstig neemt, die kan de dingen van God bedenken en kan niet meer zondigen (al gebeurd toch nog wel eens). Vandaar de titel, zondig niet meer!

God, mens en genade

De Bijbel is een echt bijzonder boek. De allereerste zin is messcherp en je moet meteen kiezen:

Genesis 1:1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

Deze eerste zin, maakt gelijk een scheiding tussen mensen die dit willen aannemen en die het afwijzen. Want, om dit voor waar aan te nemen, is acceptatie dat God bestaat noodzakelijk. Dat Hij het universum gemaakt heeft impliceert meteen dat wij noodzakelijk door Hem gemaakt zijn en dus dat Hij Iemand is om te vrezen. Want als Hij ons gemaakt heeft, kan Hij ons ook vernietigen….

Wie dat niet accepteert, stopt gewoonlijk direct met het lezen van de Bijbel. Of, die moet op zijn minst veel moeite moeten doen om verder te lezen. Het is een zinnetje van 8 woorden en maakt gelijk een scheiding tussen accepteren of afwijzen: beng, wat zal het worden, ja of nee?

De wetten van de natuurkunde, chemie, wiskunde, en meer, kortom de basis van de hele wetenschap zijn door Hem bepaald. Wij kunnen niet buiten die kaders denken. Dus als God de Bijbel schrijft, zal het exact overeenkomen met de werkelijkheden in het door Hem gemaakte universum. Alles daarbuiten is boven natuurlijk.

De schepping op zich is boven natuurlijk en daarom niet wetenschappelijk te verklaren. Dan zal buiten de kaders van de wetenschap, de natuurwetten, gedacht moeten worden. Wie kan een natuur/universum bedenken die door hele andere wetmatigheden beheerst wordt? Wat voor iets zou dat moeten zijn? Elke voorstelling zal afgeleid zijn van wat wij kennen en weten.

De wetenschap brengt dan ook niets nieuws, maar ontdekt hoe iets werkt, dat er al lang was. Het principe van vliegen was er al van het begin, maar de mens snapte het pas zeg 100 jaar geleden. De kennis van kwantum fysica was er van het begin, maar de mens krijgt nu pas enig flauw vermoeden van wat het is, als het al wat is.

Voor een ieder van ons geldt de vraag: waar wij waren toen de aarde en het universum geschapen werden? (Job 38). Wij zijn in een wereld gekomen die er al was. Er staat dan ook in de Bijbel dat God de dingen roept die niet zijn:

Johannes 1:1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

Johannes 1:2 Dit was in den beginne bij God.

Johannes 1:3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

Johannes 1:4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

 

Nu weten we dat de wereld naast prettige zaken vooral veel ellende kent. Neem maar het feit dat u moet werken om in leven te blijven. Zo lang u leeft mag u tussen de bedrijven door even genieten van uw arbeid, maar dat geldt alleen voor een klein deel van de wereld. Namelijk, bij ons, die in de rijke landen wonen en vakanties kennen.

 

En het leven is maar kort. Dus, wat zeggen de meesten: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen we sterven (Jesaja 22:13). De moderne versie: je leeft maar 1 keer. Het is net, alsof iemand ons treitert. Als u gezond leeft, hard werkt en goed bent voor iedereen, mag u iets langer leven. Helaas gaat de ijverige wijze man net zo goed dood, als luie, domme, man. En als u pech heeft, gaat u toch nog eerder dood dan de luie dwaas, door ziekte of een ongeluk.

 

Dat is toch te gek voor woorden? U kunt hieruit concluderen, dat een mens eigenlijk eeuwig zou moeten leven, maar de gruwelijke werkelijkheid is dat we dood gaan. Lees het boek Prediker in dit verband! Het is geschreven door Koning Salomo en was de rijkste man ooit. Hij legt uit dat alles in dit leven zinloos is. Kunt u zich dat voorstellen? De meest rijke mens ter aarde en die dan deze conclusie trekt!? Dit heeft een reden en die is eigenlijk heel simpel. De mens neemt God niet aan en daarom neemt God de mens niet aan. Leuker gaat het niet worden en eenvoudiger ook niet.

In de ogen van God zijn we verachtelijke wezens. Hij heeft ons gemaakt en wij kennen en erkennen Hem niet. Heb jij ons gemaakt? Dacht niet toch…. Besta je eigenlijk wel, want ‘kzie niks? Het eigenlijke wezen van de mens is niet goddelijk en zoekt zijn eigen behoeften, beter nog, begeerten te vervullen. Onze schuld is daarom oneindig groot. De meeste onder u zullen God dan ook afwijzen en zeggen dat Hij niet bestaat of Hem maken in een vorm die u het beste uitkomt (zie Romeinen 3:19).

God biedt echter een uitweg voor diegene die God zoekt zoals is Hij is en in harmonie met Hem wil leven. Dat realiseerde Hij doordat Hij naar de aarde is gekomen in de menselijke gedaante van Jezus Christus, om vervolgens op het kruis voor onze zonden te sterven en op te staan voor onze rechtvaardigheid (lees heel Éfeze 1)

Éfeze 1:7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,

Dit betekent dat Jezus Christus de prijs voor onze  zonden betaald heeft met Zijn bloed en dat Hij daarna opgeklommen is naar Hemel en daar zit aan de rechterhand van God om voor ons te bidden en te pleiten met het doel dat wij eeuwig leven zullen ontvangen. M.a.w. de tweede dood niet zullen sterven.

Het is even een lastig idee dat Christus God is (zie Hebreeën 1) en vervolgens bij God aan Zijn rechter hand zit. Het menselijk lichaam van Jezus Christus had de volle Geest van God. Hij is uit de maagd Maria geboren, omdat de zonde (het niet erkennen van God door de mens) via de man doorgegeven wordt. Hij wordt de zoon van God genoemd, omdat Hij geen zonde kent. Na zijn dood en opstanding is Zijn menselijk lichaam verandert in het hemels lichaam, net zoals het sterfelijk lichaam van de gelovigen (die dit evangelie van Genade recht snijden) overkleed zal worden met een onsterfelijk lichaam (1-Korinthe 15:42 en verder).

Heel erg belangrijk bij dit alles is, dat de mens zelf geen andere rol speelt dan dat hij dit aanbod tot verzoening met God aan moet nemen. Zijn geloof kan niets bereiken, maar het geloof van Christus doet dat voor ons. God breekt ons ego af, om door Hem opnieuw te worden opgebouwd. Dit afbreken van ons ego vind plaats door het lijden wat we zullen ondervinden als de gelovige voor deze waarheid gaat staan. En in dat proces kunnen wijzelf weinig anders  toevoegen, dan lijdzaam en geduldig alles te ondergaan, onszelf aan God toevertrouwend. Niet klagend en de boosdoeners vergevende, omdat wijzelf door Christus bloed vergeven zijn. Pas dan zullen wij de kracht van de wederopstanding kunnen ervaren.

2-Korinthe 12:7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.

2-Korinthe 12:8 Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken.

2-Korinthe 12:9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.

Prediker 7:4 Het hart der wijzen is in het klaaghuis; maar het hart der zotten in het huis der vreugde.

En nu ook komt  de vraag: wat zal het worden, ja of nee? Niet zo twijfelen, ja of nee!?

Barmhartige Samaritaan

De meeste mensen zijn bekend met parabels, maar ze worden niet allemaal even goed begrepen. Eén van die parabels is te vinden in het (Bijbel)boek Lukas, hoofdstuk 10, vers 25 en verder. Het is de parabel van de barmhartige Samaritaan, die zowel bekend is onder christelijke als onder niet christelijke mensen. Iedereen weet wel wat het betekent om iemand een barmhartige Samaritaan te noemen.

Het is een compliment en betekent dat iemand vriendelijk is, medelijden en mededogen heeft voor een behoeftige persoon. Dat is goed, deugdzaam en God wordt er door geëerd. Maar, dat gezegd hebbende, de parabel wordt grotendeels niet begrepen.

Mensen zijn wel bekend met het verhaal, maar niet zo bekend met de punt van het verhaal. En tot op zekere hoogte is dat ook te verwachten, want de waarheid van de parabels die onze Heere leert, is verborgen voor degene die niet geloven of iets anders geloven. Die hebben namelijk geen ogen om te zien en geen oren om te horen.

Lukas 10:24 Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.

Om de parabel goed te begrijpen is het nodig dat u de situatie en omstandigheden kent waarin de parabel door Christus vertelt wordt.Want zoals altijd is Hij omringt door een grote schare Joden en is de Joodse religieuze elite erop gebrand Hem te vangen op zijn woorden zodat ze Hem kunnen laten arresteren.

Lukas 10:25 En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?

De wetgeleerde waar hier over gesproken wordt is iemand die gepokt en gemazeld is in de Joodse religieuze wetgeving. Het gaat hier om de wet die Mozes destijds ontvangen heeft van God, de wet uit het oude Testament, de wet waarvan God hen geboden had er naar te leven. En hij stelt hier een hele goede vraag, aan de juiste Persoon, op het juiste moment.

Lukas 10:26 En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?

Christus vraagt hem kort en duidelijk samen te vatten wat hij begrepen heeft, wetende dat hij dat wel het juiste antwoord kent.

Lukas 10:27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.

Hij combineert twee boeken, Deuteronomium 4,5,6 en Leviticus 18 + 19. Het zijn de boeken die de Wet van God samenvatten. In Mattheüs 22 zegt Jezus: aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

Lukas 10:28 En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.

Prima antwoord. Dus ga en doe het! Waar wacht je nog op?  Maar in de vier Evangeliën verkondigd Jezus toch telkens dat Hij de weg naar het eeuwig leven is? Dat de mensen in Hem moet geloven. Waarom zegt Hij dat hier dan niet? Omdat er nog een punt is dat besproken moet worden. Namelijk, hoe die wetgeleerde zichzelf ziet. Deze man heeft helemaal geen behoefte aan een werkelijke evaluatie van situatie. Het volgende vers maakt dit duidelijk.

Lukas 10:29 Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?

De wetgeleerde dacht zichzelf er wel uit te praten door te denken dat Christus andere voorstelling heeft van het begrip naaste. Dat Christus een andere draai eraan zou geven. Want deze wetgeleerde hield helemaal niet van zijn naaste. Hij hield alleen van zijn eigen sociale kring, zijn directe familie en de andere religieuze wet -en Schriftgeleerden. Nog niet eens van andere Joden, laat staan van zijn vijanden.

Lukas 10:30 En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.

Dat is een erg korte versie van wat er gebeurd is. Hij verzon een eenvoudig verhaal. Jeruzalem ligt op 914 meter boven NAP en Jericho is 300 meter beneden NAP. Er is een naar beneden lopende weg, die 27 km lang is. De weg is erg stijl. Het is een weg die sterk kronkelt in oude tijden en nog steeds is dat een sterk kronkelende weg. Er zijn veel dramatische afdalingen en gevallen rosten die ideale schuilplaatsen bieden voor rovers. Het is een beangstigende plaats en een erg bekende. Naar beneden gaande, moet je gaan naar de pas van Adummin, genoemd in Jozua 18. Adummin is een vorm van het Hebreeuwse woord voor bloed. Bloed-pas. Het was een plaats des doods en was een plaats van bloed vergieten. Dus het is een heel dramatisch verhaal, om deze man, een Joodse man, naar beneden te zien gaan over die weg .

Hij wordt dan ook overvallen door tuig van de richel, compleet in elk geslagen en berooft van alles wat hij had. In zijn ondergoed, bloedend achtergelaten in kritieke toestand. De man is er zo erg aan toe, dat hij zichzelf niet meer helpen kan; opstaan lukt niet meer.

Lukas 10:31 En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.

De wetgeleerde denkt, gelukkig, een priester. Misschien krijgt het verhaal nog een goede wending en kom ik er nog met een sisser vanaf. Want hij voelt wel aan dat dit verhaal niet in zijn voordeel afgestoken is. Een priester dient in de tempel, kent het oude Testament als geen ander en zal toch zeker de wil God doen? Niet dus, die priester loopt er met de groots mogelijke boog voorbij.

Lukas 10:32 En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.

Een Leviet was in die tijd iemand die hielp in de tempel en je zou denken dat die ook goed bekend zijn met het oude Testament. Maar die helpt dus ook al niet!

Lukas 10:33 Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.

Een Samaritaan was een slecht persoon, omdat zij de herbouw van Jeruzalem en de Joodse tempel ontregelden, toen ze terugkwamen uit de gevangenschap. Zo slecht, dat ze zelfs hun tempel hebben verwoest in 128 voor Christus. Het zijn halfbloed verraders. In feite, als je iemand wilde schelden, dan noemde je hem Samaritaan. Hoe kun je dat weten?

Johannes 8:48. De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Zeggen wij niet wel, dat Gij een Samaritaan zijt, en den duivel hebt?

Hun ergste meest nabije vijand, verachte verschoppeling, geen toegang tot tempel, geen toegang tot aanbidding, geen toegang tot offers, geen toegang tot God. En hij doet het juiste! Toen hij hem zag voelde hij compassie.Twee mensen die het Joodse establishment vertegenwoordigen, die dachten dat ze van God hielden en dat ze van hun naaste houden als van zichzelf, hadden absoluut geen liefde. Het religieuze systeem is bankroet. Deze mensen die zichzelf rechtvaardigen, liegen en zijn misleidt. Twee mensen die religieus waren, faalde om te voldoen aan de vereisten om eeuwig leven te ontvangen. Ze hielden niet van hun naasten, niet van vreemden en hielden niet van hun vijanden. Maar deze ene man, die een verschoppeling is, deze uitvinding van Jezus, demonstreert, tenminste voor dat moment, de betekenis van het uw naaste liefhebben als uzelf. Hij neemt een tussen fase in het verhaal en dit is schokkend voor degene die luistert. Omdat wat de Samaritaan doet, zo uitgebreid is. Kijk maar:

Lukas 10:34 En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.

Stel je maar voor hoe moet zijn gegaan. Daar ligt een wrak van een mens in een plas bloed. Hij een Jood is, zijn vijand. Hij gaat daarheen, knielt naast hem neer, onderzoekt de man, stelt hem gerust, verzacht en ontsmet de wonden met olie en wijn. Dat hadden reizende in die tijd bij zich om eten te kunnen klaarmaken. Verband en pleisters waren er in die tijd niet, dus hij heeft van zijn eigen kleding stukken moeten afscheuren om de wonden te verbinden. Dan til hij hem op (in zijn eentje!) en zet hem op zijn lastdier en brengt hem naar de meest dichtbij zijnde herberg. Maar dat is geen vrolijk familiehotel, maar eerder een verzamelplek van allerlei gespuis en slecht opgevoede mensen.

Lukas 10:35 En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.

Dit is werkelijk verbazend zorg voor een vijand! De Samaritaan blijft de hele nacht bij de gewonde man. Vermoedelijk wakende en om gerust te stellen. Dan wordt de portefeuille getrokken. Voor twee penningen in die tijd kon je wel 2 maanden in een hotel verblijven met alles erop en eraan. Dan zegt hij ook nog eens tegen die herbergier dat hij alles zal betalen wat er nog meer aan kosten gemaakt moet worden om die man te verzorgen als hij terugkomt. Als dit geen uitnodiging tot oplichting is, weet ik het niet. Dit is de meest ultieme zorg die mogelijkerwijs gegeven kan worden. Dit is overvloedige liefde. Verbazende vrijgevigheid, voor een volslagen vreemde, aan iemand die zijn vijand is, die door hem gehaat wordt.

Wie doet dit!? Ik ken niemand. Wellicht kent u iemand die ooit eens zoiets heeft gedaan. Maar dat is niet voldoende! Eens is niet voldoende. Tien keer is niet voldoende. Honderd keer nog niet….Niemand kan dit. Houden van God in alle opzichten en elke seconde van de dag en houden van je naaste in alle opzichten en elke seconde.

Maar er is nog iets in deze parabel. Mensen leggen het al gauw uit als een pleidooi voor sociale rechtvaardigheid. Alsof geld geven aan de armen, vrijwilligerswerk doen  of soortgelijke acties iets te maken heeft met wat hier besproken wordt. Dergelijke acties komen in schril contrast te staan met deze overvloedige liefde. Ze stellen niets voor in dit perspectief.

Lukas 10:36 Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?

De Heere heeft net de vraag verandert. Jezus zegt in vers 36: dit gaat niet over wie u denkt dat uw naaste is, dit gaat over de vraag of u een naaste bent. Kortom, handelt u zoals die Samaritaan? Altijd, in elk opzicht en overal?

Lukas 10:37 En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.

De volgende tekst in de Bijbel komt pas na een stukje wit en begint: En het geschiedde, als zij reisden,…. Met andere woorden, het oordeel over deze man is uitgesproken. Hij wil rechtvaardig worden door de wet te volbrengen en deze parabel toont aan het de mens ten ene malen onmogelijk is dat te doen. We zullen moet erkennen dat we schromelijk te kort schieten. Met goede bedoelingen kom je niet ver bij God.

Romeinen 2:13 Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;

Daarover bestaat dan bij deze geen discussie meer. Maar hoe kunnen we dan een zekere veroordeling voorkomen. Hoe kunnen ooit nog gered worden van Gods oordeel en toorn? Door te het volgende te accepteren:

Romeinen 3:10 Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;

Romeien 3:11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.

Romeinen 3:12 Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

Dit is dus onze situatie. We zijn hetzelfde als de wetgeleerde, de priester en Leviet. We zullen nooit in staat zijn door onze goede daden rechtvaardig bevonden te worden door God.

Romeinen 3:19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.

Wie onder de wet is, leeft in deze wereld en is de beginselen van deze wereld onderdanig. Hij/zij is niet vrij, want zij moeten de wet helemaal voldoen en dat lukt niet. Vervolgens ontstaat er een proces van zelf rechtvaardiging en daaruit allerlei ellende. Man tegen man, land tegen land. Gekrakeel en onrust. En een hele grote haast zoveel mogelijk van het leven te genieten, omdat het einde snel is. Een mensenleven is immers niet meer dan een wolkje damp uit de mond op een koude dag. Het is zo weg.

Romeinen 3:20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.

De wet zegt dat je niet begeren zult. Zonder de wet zou je dat niet kunnen weten. Zonder de wet hadden we de tien geboden niet gehad en zouden we niet geweten hebben dat overspel een slechte zaak is. En moord en…

Romeinen 3:21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:

Romeinen 3:22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

Romeinen 3:23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;

Romeinen 3:24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;

Heel belangrijk  hier is dat het om niet is. Want anders zou men alsnog door het voldoen van de wet gerechtvaardigd moeten worden.

Romeinen 3:25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;

Christus wordt ook wel het Lam genoemd. Stel je maar voor. Zo’n heel lief klein lammetje dat wordt geofferd omdat jij gezondigd hebt. Nu is Christus niet een lammetje, maar God in het menselijk lichaam! Hij is geofferd omwille van onze zonden.

Romeinen 3:26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.

De rechtvaardigheid die ons gegeven wordt is op basis van het feit wat wij dus accepteren en bevestigen zondaars te zijn. Als we dat doen, bevestigen we dat de wet goed is en wij fout. En alleen het bloed van Christus kan onze schuld weg wassen. Wij hebben er niets aan toe te voegen of aan af te doen. Het is Gods gave.

Romeinen 3:27 Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.

Romeinen 3:28 Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

Denkt u nog eens na over de implicaties. U kunt niets goed doen. Niente, nada. U moet vertrouwen op Christus dat uw schuld vergeven is en eeuwig leven u geschonken wordt.Terwijl u naar aardse begrippen daarvoor geen enkel bewijs heeft. Wat is dan moeilijker. Zelf allerlei goede werken doen en dan waardering en een beloning daarvoor verwachten, die u ook van mensen krijgt, maar niet van God. Of toegeven dat u Gods genade nodig heeft, terwijl  u menselijkerwijs daarvoor geen bewijs in handen krijgt. Wel zal menselijke hoon uw deel zijn. Dit zou veel moeilijker zijn, waar het niet dat u, als u Christus aanneemt als uw persoonlijk verlosser, de Heilige Geest als onderpand krijgt. Waardoor u de Wil van God kunt leren kennen en daardoor werkelijk geloof krijgt. Tenminste als u in Bijbel blijft lezen, zich laat vermanen, het eigen leven meet langs de maatlat van het Evangelie, God dankt voor deze genadegave en gemeenschap zoekt met andere gelovigen.

Genade Evangelie

Het genade Evangelie is niet even snel uit te leggen. Veel mensen hebben geloof aangevuld met werken. Denk aan doop, besnijding, het geven tienden aan de kerk en meer. Wat al die activiteiten kenmerkt is dat de gelovige min of meer eerst moet bewijzen goed en rechtvaardig te zijn, alvorens gered te worden. Gered van de toorn Gods; van de dood na de dood van onze huidige lichaam.Het gaat hier dus om een moeten, gebaseerd op eigen kracht, waaraan veel gelovigen niet kunnen voldoen en sommige verliezen dan hun geloof.

Maar de essentie van genade is, dat men iets krijgt wat men niet verdient heeft. En in dit geval gaat het om een hele, hele grote gave die we om niet krijgen, te beginnen met eeuwig leven en vervolgens wordt u verzegeld met de Heilige Geest. Het is dus precies omgekeerd.

We doen niks anders dan gewoon aannemen dat Christus voor onze zonden is gestorven en voor onze rechtvaardigheid is opgestaan. En dit, terwijl wij nog in onze zonden zijn.

Romeinen 4:1 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?

Romeinen 4:2 Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.

Romeinen 4:3 Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.

Romeinen 4:6 Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken;

Romeinen 4:8 Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent.

Romeinen 4:9 Deze zaligspreking dan, is die alleen over de besnijdenis, of ook over de voorhuid? Want wij zeggen, dat Abraham het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid.

Romeinen 4:10 Hoe is het hem dan toegerekend? Als hij in de besnijdenis was, of in de voorhuid? Niet in de besnijdenis, maar in de voorhuid.

Toen Abraham nog in de  voorhuid was, betekent dat hij nog zondaar was zonder genade; zoals alle mensen die Christus nog niet hebben aangenomen als hun persoonlijk verlosser.

Als we dit dus oprecht aannemelijk vinden, krijgen we die enorme gave en worden in staat gesteld te gaan leven zoals God dat van ons verlangd. Niet omdat we moeten en op eigen kracht, maar omdat we het willen, door het inzicht dat in ons groeit dankzij de kracht van God, zolang we er actief mee bezig zijn.

Efeze 1:18 Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;

Deze video geeft een goede uitleg: https://www.youtube.com/watch?v=wiyxM4uig_g