De meeste mensen zijn bekend met parabels, maar ze worden niet allemaal even goed begrepen. Eén van die parabels is te vinden in het (Bijbel)boek Lukas, hoofdstuk 10, vers 25 en verder. Het is de parabel van de barmhartige Samaritaan, die zowel bekend is onder christelijke als onder niet christelijke mensen. Iedereen weet wel wat het betekent om iemand een barmhartige Samaritaan te noemen.
Het is een compliment en betekent dat iemand vriendelijk is, medelijden en mededogen heeft voor een behoeftige persoon. Dat is goed, deugdzaam en God wordt er door geëerd. Maar, dat gezegd hebbende, de parabel wordt grotendeels niet begrepen.
Mensen zijn wel bekend met het verhaal, maar niet zo bekend met de punt van het verhaal. En tot op zekere hoogte is dat ook te verwachten, want de waarheid van de parabels die onze Heere leert, is verborgen voor degene die niet geloven of iets anders geloven. Die hebben namelijk geen ogen om te zien en geen oren om te horen.
Lukas 10:24 Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.
Om de parabel goed te begrijpen is het nodig dat u de situatie en omstandigheden kent waarin de parabel door Christus vertelt wordt.Want zoals altijd is Hij omringt door een grote schare Joden en is de Joodse religieuze elite erop gebrand Hem te vangen op zijn woorden zodat ze Hem kunnen laten arresteren.
Lukas 10:25 En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?
De wetgeleerde waar hier over gesproken wordt is iemand die gepokt en gemazeld is in de Joodse religieuze wetgeving. Het gaat hier om de wet die Mozes destijds ontvangen heeft van God, de wet uit het oude Testament, de wet waarvan God hen geboden had er naar te leven. En hij stelt hier een hele goede vraag, aan de juiste Persoon, op het juiste moment.
Lukas 10:26 En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?
Christus vraagt hem kort en duidelijk samen te vatten wat hij begrepen heeft, wetende dat hij dat wel het juiste antwoord kent.
Lukas 10:27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.
Hij combineert twee boeken, Deuteronomium 4,5,6 en Leviticus 18 + 19. Het zijn de boeken die de Wet van God samenvatten. In Mattheüs 22 zegt Jezus: aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Lukas 10:28 En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.
Prima antwoord. Dus ga en doe het! Waar wacht je nog op? Maar in de vier Evangeliën verkondigd Jezus toch telkens dat Hij de weg naar het eeuwig leven is? Dat de mensen in Hem moet geloven. Waarom zegt Hij dat hier dan niet? Omdat er nog een punt is dat besproken moet worden. Namelijk, hoe die wetgeleerde zichzelf ziet. Deze man heeft helemaal geen behoefte aan een werkelijke evaluatie van situatie. Het volgende vers maakt dit duidelijk.
Lukas 10:29 Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?
De wetgeleerde dacht zichzelf er wel uit te praten door te denken dat Christus andere voorstelling heeft van het begrip naaste. Dat Christus een andere draai eraan zou geven. Want deze wetgeleerde hield helemaal niet van zijn naaste. Hij hield alleen van zijn eigen sociale kring, zijn directe familie en de andere religieuze wet -en Schriftgeleerden. Nog niet eens van andere Joden, laat staan van zijn vijanden.
Lukas 10:30 En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.
Dat is een erg korte versie van wat er gebeurd is. Hij verzon een eenvoudig verhaal. Jeruzalem ligt op 914 meter boven NAP en Jericho is 300 meter beneden NAP. Er is een naar beneden lopende weg, die 27 km lang is. De weg is erg stijl. Het is een weg die sterk kronkelt in oude tijden en nog steeds is dat een sterk kronkelende weg. Er zijn veel dramatische afdalingen en gevallen rosten die ideale schuilplaatsen bieden voor rovers. Het is een beangstigende plaats en een erg bekende. Naar beneden gaande, moet je gaan naar de pas van Adummin, genoemd in Jozua 18. Adummin is een vorm van het Hebreeuwse woord voor bloed. Bloed-pas. Het was een plaats des doods en was een plaats van bloed vergieten. Dus het is een heel dramatisch verhaal, om deze man, een Joodse man, naar beneden te zien gaan over die weg .
Hij wordt dan ook overvallen door tuig van de richel, compleet in elk geslagen en berooft van alles wat hij had. In zijn ondergoed, bloedend achtergelaten in kritieke toestand. De man is er zo erg aan toe, dat hij zichzelf niet meer helpen kan; opstaan lukt niet meer.
Lukas 10:31 En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.
De wetgeleerde denkt, gelukkig, een priester. Misschien krijgt het verhaal nog een goede wending en kom ik er nog met een sisser vanaf. Want hij voelt wel aan dat dit verhaal niet in zijn voordeel afgestoken is. Een priester dient in de tempel, kent het oude Testament als geen ander en zal toch zeker de wil God doen? Niet dus, die priester loopt er met de groots mogelijke boog voorbij.
Lukas 10:32 En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.
Een Leviet was in die tijd iemand die hielp in de tempel en je zou denken dat die ook goed bekend zijn met het oude Testament. Maar die helpt dus ook al niet!
Lukas 10:33 Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.
Een Samaritaan was een slecht persoon, omdat zij de herbouw van Jeruzalem en de Joodse tempel ontregelden, toen ze terugkwamen uit de gevangenschap. Zo slecht, dat ze zelfs hun tempel hebben verwoest in 128 voor Christus. Het zijn halfbloed verraders. In feite, als je iemand wilde schelden, dan noemde je hem Samaritaan. Hoe kun je dat weten?
Johannes 8:48. De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Zeggen wij niet wel, dat Gij een Samaritaan zijt, en den duivel hebt?
Hun ergste meest nabije vijand, verachte verschoppeling, geen toegang tot tempel, geen toegang tot aanbidding, geen toegang tot offers, geen toegang tot God. En hij doet het juiste! Toen hij hem zag voelde hij compassie.Twee mensen die het Joodse establishment vertegenwoordigen, die dachten dat ze van God hielden en dat ze van hun naaste houden als van zichzelf, hadden absoluut geen liefde. Het religieuze systeem is bankroet. Deze mensen die zichzelf rechtvaardigen, liegen en zijn misleidt. Twee mensen die religieus waren, faalde om te voldoen aan de vereisten om eeuwig leven te ontvangen. Ze hielden niet van hun naasten, niet van vreemden en hielden niet van hun vijanden. Maar deze ene man, die een verschoppeling is, deze uitvinding van Jezus, demonstreert, tenminste voor dat moment, de betekenis van het uw naaste liefhebben als uzelf. Hij neemt een tussen fase in het verhaal en dit is schokkend voor degene die luistert. Omdat wat de Samaritaan doet, zo uitgebreid is. Kijk maar:
Lukas 10:34 En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.
Stel je maar voor hoe moet zijn gegaan. Daar ligt een wrak van een mens in een plas bloed. Hij een Jood is, zijn vijand. Hij gaat daarheen, knielt naast hem neer, onderzoekt de man, stelt hem gerust, verzacht en ontsmet de wonden met olie en wijn. Dat hadden reizende in die tijd bij zich om eten te kunnen klaarmaken. Verband en pleisters waren er in die tijd niet, dus hij heeft van zijn eigen kleding stukken moeten afscheuren om de wonden te verbinden. Dan til hij hem op (in zijn eentje!) en zet hem op zijn lastdier en brengt hem naar de meest dichtbij zijnde herberg. Maar dat is geen vrolijk familiehotel, maar eerder een verzamelplek van allerlei gespuis en slecht opgevoede mensen.
Lukas 10:35 En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.
Dit is werkelijk verbazend zorg voor een vijand! De Samaritaan blijft de hele nacht bij de gewonde man. Vermoedelijk wakende en om gerust te stellen. Dan wordt de portefeuille getrokken. Voor twee penningen in die tijd kon je wel 2 maanden in een hotel verblijven met alles erop en eraan. Dan zegt hij ook nog eens tegen die herbergier dat hij alles zal betalen wat er nog meer aan kosten gemaakt moet worden om die man te verzorgen als hij terugkomt. Als dit geen uitnodiging tot oplichting is, weet ik het niet. Dit is de meest ultieme zorg die mogelijkerwijs gegeven kan worden. Dit is overvloedige liefde. Verbazende vrijgevigheid, voor een volslagen vreemde, aan iemand die zijn vijand is, die door hem gehaat wordt.
Wie doet dit!? Ik ken niemand. Wellicht kent u iemand die ooit eens zoiets heeft gedaan. Maar dat is niet voldoende! Eens is niet voldoende. Tien keer is niet voldoende. Honderd keer nog niet….Niemand kan dit. Houden van God in alle opzichten en elke seconde van de dag en houden van je naaste in alle opzichten en elke seconde.
Maar er is nog iets in deze parabel. Mensen leggen het al gauw uit als een pleidooi voor sociale rechtvaardigheid. Alsof geld geven aan de armen, vrijwilligerswerk doen of soortgelijke acties iets te maken heeft met wat hier besproken wordt. Dergelijke acties komen in schril contrast te staan met deze overvloedige liefde. Ze stellen niets voor in dit perspectief.
Lukas 10:36 Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?
De Heere heeft net de vraag verandert. Jezus zegt in vers 36: dit gaat niet over wie u denkt dat uw naaste is, dit gaat over de vraag of u een naaste bent. Kortom, handelt u zoals die Samaritaan? Altijd, in elk opzicht en overal?
Lukas 10:37 En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.
De volgende tekst in de Bijbel komt pas na een stukje wit en begint: En het geschiedde, als zij reisden,…. Met andere woorden, het oordeel over deze man is uitgesproken. Hij wil rechtvaardig worden door de wet te volbrengen en deze parabel toont aan het de mens ten ene malen onmogelijk is dat te doen. We zullen moet erkennen dat we schromelijk te kort schieten. Met goede bedoelingen kom je niet ver bij God.
Romeinen 2:13 Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;
Daarover bestaat dan bij deze geen discussie meer. Maar hoe kunnen we dan een zekere veroordeling voorkomen. Hoe kunnen ooit nog gered worden van Gods oordeel en toorn? Door te het volgende te accepteren:
Romeinen 3:10 Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
Romeien 3:11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
Romeinen 3:12 Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
Dit is dus onze situatie. We zijn hetzelfde als de wetgeleerde, de priester en Leviet. We zullen nooit in staat zijn door onze goede daden rechtvaardig bevonden te worden door God.
Romeinen 3:19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
Wie onder de wet is, leeft in deze wereld en is de beginselen van deze wereld onderdanig. Hij/zij is niet vrij, want zij moeten de wet helemaal voldoen en dat lukt niet. Vervolgens ontstaat er een proces van zelf rechtvaardiging en daaruit allerlei ellende. Man tegen man, land tegen land. Gekrakeel en onrust. En een hele grote haast zoveel mogelijk van het leven te genieten, omdat het einde snel is. Een mensenleven is immers niet meer dan een wolkje damp uit de mond op een koude dag. Het is zo weg.
Romeinen 3:20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
De wet zegt dat je niet begeren zult. Zonder de wet zou je dat niet kunnen weten. Zonder de wet hadden we de tien geboden niet gehad en zouden we niet geweten hebben dat overspel een slechte zaak is. En moord en…
Romeinen 3:21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
Romeinen 3:22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
Romeinen 3:23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
Romeinen 3:24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
Heel belangrijk hier is dat het om niet is. Want anders zou men alsnog door het voldoen van de wet gerechtvaardigd moeten worden.
Romeinen 3:25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
Christus wordt ook wel het Lam genoemd. Stel je maar voor. Zo’n heel lief klein lammetje dat wordt geofferd omdat jij gezondigd hebt. Nu is Christus niet een lammetje, maar God in het menselijk lichaam! Hij is geofferd omwille van onze zonden.
Romeinen 3:26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
De rechtvaardigheid die ons gegeven wordt is op basis van het feit wat wij dus accepteren en bevestigen zondaars te zijn. Als we dat doen, bevestigen we dat de wet goed is en wij fout. En alleen het bloed van Christus kan onze schuld weg wassen. Wij hebben er niets aan toe te voegen of aan af te doen. Het is Gods gave.
Romeinen 3:27 Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Romeinen 3:28 Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
Denkt u nog eens na over de implicaties. U kunt niets goed doen. Niente, nada. U moet vertrouwen op Christus dat uw schuld vergeven is en eeuwig leven u geschonken wordt.Terwijl u naar aardse begrippen daarvoor geen enkel bewijs heeft. Wat is dan moeilijker. Zelf allerlei goede werken doen en dan waardering en een beloning daarvoor verwachten, die u ook van mensen krijgt, maar niet van God. Of toegeven dat u Gods genade nodig heeft, terwijl u menselijkerwijs daarvoor geen bewijs in handen krijgt. Wel zal menselijke hoon uw deel zijn. Dit zou veel moeilijker zijn, waar het niet dat u, als u Christus aanneemt als uw persoonlijk verlosser, de Heilige Geest als onderpand krijgt. Waardoor u de Wil van God kunt leren kennen en daardoor werkelijk geloof krijgt. Tenminste als u in Bijbel blijft lezen, zich laat vermanen, het eigen leven meet langs de maatlat van het Evangelie, God dankt voor deze genadegave en gemeenschap zoekt met andere gelovigen.