Geen excuus meer.

Een wachter voor Israël en de apostel van genade

Ezechiël 33:7 Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

De profeet Ezechiël werd door God aangesteld als “wachter” over het huis van Israël (de afstammelingen van Abraham, Izak en Jacob). Hij werd verantwoordelijk gehouden om de goddelozen voor hun weg te waarschuwen, want hoewel God de zonde rechtvaardig moet behandelen, had Hij verklaard:

Ezechiël 33:11 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?

Bekeren is omkeren. Een omkering in je denken over God en je houding t.a.v. God. Omkeren naar God toe i.p.v. God af. Als Ezechiël de goddelozen niet zou waarschuwen, zouden ze in hun zonden sterven en zou hij daarvoor verantwoordelijk gehouden worden. Als hij hen echter getrouw waarschuwde en ze weigerden acht te slaan op de waarschuwing, zouden ze in hun zonden sterven, maar zou hij ontheven zijn van alle schuld (zie de verzen Ez. 33:8 en 9).

Een christelijke lezer zou ons eraan kunnen herinneren dat we onder een andere bedeling leven en dat onze boodschap er één van genade is. Dat is waar, maar dit vergroot juist onze verantwoordelijkheid tegenover degenen die niet geloven en verloren gaan. Want Paulus zegt:

I Kor.14:8 Want ook indien de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot den krijg bereiden?

Het betekent als er een zwak en onzeker signaal wordt afgegeven, wie zal er dan naar luisteren? Als wij gelovigen achteloos toestaan dat de verlorenen naar Christusloze graven gaan, zijn wij dan niet moreel verantwoordelijk voor hun ondergang? Zullen we niet verantwoordelijk worden gehouden voor de Rechterstoel van Christus? (Zie 2 Korintiërs 5:10,11). Dit is de reden waarom we zien dat Paulus de oudsten van Éfeze eraan herinnert dat hij niet was opgehouden mensen dag en nacht met tranen te waarschuwen.

Handelingen 20:31 Daarom waakt, en gedenkt, dat ik drie jaren lang nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen.

Toen de apostel terugblikte op zijn bediening onder de Efeziërs, kon hij zeggen:

Handelingen 20:26 Daarom betuig ik ulieden op deze huidigen dag, dat ik rein ben van het bloed van u allen.

En dit was zo geweest met zijn bediening in het algemeen. Sterker nog, het was nu zijn verlangen dat hij, wat het ook mocht kosten:

Handeling 20:24 Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.

Dat Ezechiël en de apostel Paulus, die grote strijder voor de genade van onze Heer Jezus Christus, ons herinneren aan onze grote verantwoordelijkheid jegens de verlorenen! Want er is geen reden groot genoeg in deze bedeling (uitdeling) van Gods genade om geen gehoor te geven hieraan en het Woord der waarheid niet bekend te maken.

Persoonlijk heb ik ook getwijfeld of ik wel geschikt ben om de uitnemende rijkdom Zijner genade te vertellen aan de mensen. Want er zijn misschien onder de degenen die mij kennen  of gekend hebben die vinden dat ik tekortschiet, op welke manier dan ook. Maar zoals Paulus ons allen leert in zijn brieven, zijn wij perfect in Christus. Dan geldt het volgende vers:

2 Kor. 12:9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.

De Kracht van Christus is die van de opstanding (zie Rom. 1:16) en die opstanding kan niet plaats vinden als niet eerst alle zonden afbetaald zijn door Zijn kruisiging. Door deze kracht van God kunnen zondaars zoals ik rechtvaardig en zalig gemaakt worden.

Als ik, na mijn redding door de gekruisigde Christus op met mijn eigen kracht rechtvaardig leven wil, dan zeg ik eigenlijk dat de genade van God onvoldoende is en doe ik Zijn dood en opstanding teniet. Dat is natuurlijk onbestaanbaar voor iemand die het offer van Christus heeft aangenomen, die daardoor een kind van God is geworden en door Hem niet meer verdoemd zal worden. Zal er dan iemand zijn die beweren kan dat het anders is?

Rom 8:31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

Precies, wie kan dan rechtens zeggen dat wij tekort schieten? Zo hebben u en ik geen excuus meer om het Evangelie van Gods genade niet uit te delen aan de mensen. Nu wil het woord bij de daad voegen. Ik heb een podcast gemaakt die uitlegt wat het Evangelie van de genade God betekent. Klik hier

Geloof, hoop en liefde.

Geloof, hoop en liefde.

1 Kor. 13:13 En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Paulus had in 1 Kor. 13 enkele van de wonderbare tekenen besproken die zouden verdwijnen naarmate Gods openbaring volledig werd. Maar geloof, hoop en liefde, zo verklaarde hij, zouden blijven bestaan als een drievoudig bewijs van het ware christendom.

Deze drie zijn alles wat we nodig hebben in de huidige “bedeling van de genade van God”. Elke kerk waar geloof, hoop en liefde in overvloed worden gevonden is een “volle” kerk. Zij mag slechts enkele leden hebben, maar welke grotere zegen kan zij zich wensen dan geloof, hoop en liefde in haar gemeenschap?

Geloof, hoop en liefde zijn een drie-eenheid waarnaar vaak wordt verwezen in de brieven van Paulus. Elk is op zijn manier van fundamenteel belang, en geen enkele kan bestaan zonder de andere twee.

Heb. 11:6 Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

Het geloof is van primair belang. Uit bovenstaand vers blijkt dat het zonder geloof is het onmogelijk God te behagen, en hoe kunnen er hoop en liefde zijn zonder geloof?

De hoop neemt de centrale plaats in onder de drie. Hoop is in de Bijbel meer dan een wens; het is het tegenovergestelde van wanhoop, een gretige verwachting van komende zegeningen. Hoop is de ervaring van de christen, zijn leven met het oog op de eeuwige heerlijkheid. De bron van onze hoop is deze:

1 Thess. 4:13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.

1 Thess 4:14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.

1 Thess 4:15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.

1 Thess 4:16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;

1 Thess 4:17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.

1 Thess 4:18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.

Liefde is de bekronende deugd van de drie; zij is de vrucht van geloof en hoop, en is het grootst in die zin dat zij “de band der volmaaktheid” is. Bovendien is de liefde eeuwig. Op een dag zal voor iedere ware gelovige “het geloof in het zicht verdwijnen, de hoop in verrukking opgaan” en zal de liefde heersen.

Moge God ons helpen, in onze gemeenschap met elkaar, een volle maat van geloof, hoop en liefde te bewijzen.

Er is maar één waarheid en één Evangelie.

In Galaten hoofdstuk 1, 2 en 3 wordt het Evangelie van Gods genade geleerd door de apostel Paulus. In hoofdstuk 1 ligt de nadruk op het feit dat Paulus de leer van de bedeling van genade niet heeft ontvangen van een mens, maar van niemand minder dan de HEERE Jezus Christus die hem dat vanuit de hemel heeft gegeven. Het is belangrijk je te realiseren dat toen Paulus het Evangelie van Gods genade verkondigde aan de Joden én heidenen, die leer volslagen onbekend was. Het was een nieuwe openbaring.

Gal. 2:1 Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende.

Gal. 2:2 En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben.

Je leest hier dus dat Paulus naar 14 jaar naar Jeruzalem is gegaan om het Evangelie dat hij onder de heidenen verkondigde voor te stellen aan o.a. Petrus, Jakobus en Johannes. Dan stelt zich de vraag welk Evangelie hij dan predikte onder heidenen? 

Handelingen 20:24 Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.

Dit Evangelie van Gods genade kun je leren in de brieven van de apostel Paulus aan de Romeinen, aan de Korinthiërs en aan de Galaten. Het hele werk van Paulus omvat de brief aan de Romeinen tot en met de brief aan Filemon. In de tijd dat Paulus naar Jeruzalem gaat is er geen sprake meer van de 12 apostelen, maar alleen van Petrus, Jakobus, en Johannes. Jakobus was geen apostel, maar de menselijke halfbroer van de HEERE. Zij schreven Hebreeën t/m Openbaringen en de inhoud daarvan is gericht aan besnedenen (het huis van Israël). Het is hier dus een heel andere periode, waarbij gesproken wordt over de apostelen van Jeruzalem. Er is een groot verschil tussen de apostelen en profeten van Jeruzalem en de apostelen en profeten van de bedeling van genade, zoals Paulus die noemt in Eféze 3:5

Gal. 2:3 Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden.

De besnijding is een grote zaak in het Oude Testament, maar als we bij Paulus komen, dan wordt zichtbaar dat er een verandering heeft plaats gevonden in hoe God omgaat met de mensen. In onderstaand verzen wordt kort, bondig en duidelijk door Paulus uitgelegd waarin het anders is.

Kol. 2:8 Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;

Kol. 2:9 Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;

Kol. 2:10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;

Kol. 2:11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;

Kol. 2:12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.

Kol. 2:13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;

Kol. 2:14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

Kol. 2:15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.

Dit is de uitleg van de werkelijke besnijdenis, namelijk die van het hart, waardoor je zalig wordt. En dat niet uit eigen kracht, maar het is een gave van God door de kruisiging en opstanding van Christus. We weten uit Handelingen 15:1 dat er sommige van Judea kwamen om de broederen te leren dat ze niet zalig kunnen worden als ze niet volgens de wet van Mozes besneden worden. Maar zoals je uit het voorgaande kunt lezen staat dat haaks op wat Paulus leert.

Gal. 2:4 En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen.

De vraag is of die valse broederen ook werkelijk broederen waren. Ik geloof van wel, want wie gelooft dat Christus is gestorven voor zijn zonden en opgestaan voor zijn rechtvaardigheid, die zal zalig worden en is daarmee een broeder. Die Judeeërs waren broederen die eerst de prediking van Petrus hebben gehoord en later die van Paulus. Ze geloofde het, maar hadden moeite ermee.

Het is vergelijkbaar met een gereformeerde predikant die één doop predikt, maar leert dat die doop de kinderdoop is. De punt is dat alleen iemand die gelooft dat Christus God is en Hij gestorven is voor zijn zonden en opgestaan op zijn rechtvaardigheid, die alleen zal zalig worden. Niet het feit dat iemand als baby met water is gedoopt. Wie gereformeerde gelovigen vraagt of ze gered zijn (zalig geworden) en of ze een kind van God zijn, zal vaak horen dat ze het niet zeker weten. De bijbel leert dat ze kinderen van God zijn en ik geloof de Bijbel. Ze zijn daarmee broederen, maar ze hebben moeite met de leer van de bedeling van genade. Ze snijden het Woord der waarheid niet recht, maar mengen aspecten van niet-Paulus leer met die van Paulus.

In Handelingen 21:20 lees je van Paulus die Jakobus spreekt, die helemaal trots is op het feit dat er velen Joden zijn die geloven én dat zij ijverig zijn in het houden de wet van Mozes. En zij kwamen hen bespioneren om hen dienstbaar te maken aan de wet van Mozes. Als je gelooft dat je redding/rechtvaardigheid afhangt van werken (door de wet te houden), dan ben je niet vrij. Maar die gelooft is rechtvaardig zonder werken van de wet te doen.

Vrij zijn wil niet zeggen dat je een vrijbrief hebt om te leven zoals de ongelovigen. Namelijk, dat je kan doen wat je maar wil, omdat je toch gered bent. Zo van, het maakt niet meer uit. Nee, maar vrij zijn wil zeggen dat je vrij bent van de wet van Mozes. Vrij van waterdoop, besnijding, sabbat, wat wel en niet gegeten mag worden enz.

Gal. 2:5 Denwelken wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven.

Er is tegenwoordig veel valse leer. Predikanten die voor hun inkomen afhankelijk zijn van hun gemeente, die zullen het moeilijk vinden om de waarheid ongefilterd te verkondigen. Want het zou kunnen betekenen dat mensen bij hem weglopen en dat kost hem geld. Paulus had een enorme verantwoordelijkheid, want hij moest ervoor zorgen dat we zo’n 2.000 jaar later nog steeds de zuivere waarheid kunnen leren. Ik had het geluk Dov Avnon tegen te komen, die mij de waarheid heeft geleerd. Maar er zijn veel mensen die de waarheid nooit horen, omdat hun predikant die misschien wel kent, maar hen die niet leert uit angst om mensen te verliezen.

Gal. 2:6 En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht.

In Jeruzalem keken de gelovigen met groot ontzag op tegen Petrus, Jakobus en Johannes, want zij waren met Christus geweest toen die nog op aarde was. Maar Paulus heeft zijn Evangelie van Christus ontvangen en hij keek daarom niet op tegen hen. En ook vandaag de dag zou je op kunnen kijken tegen je predikant, priester of leraar. Erudiete, eloquente mannen die bedreven zijn in de apologetica. Maar daar hoef je niet tegenop te kijken, want wij hebben het Woord en daarmee het Evangelie van Gods genade dat we eenvoudig kunnen uitleggen en delen met andere in liefde.

Gal. 2:7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis;

Dit vers maakt alles eenvoudig en overzichtelijk. Er staat hier heel duidelijk dat er twee Evangelies zijn. Ten eerste die van voorhuid (het Evangelie van genade) dat Paulus aan de heidenen verkondigde. Daarbij maakt het niet uit of je een Jood bent of niet-Jood, zalig kan je alleen worden door geloof in de kruisigde Christus. Dus door besnijding van het hart, want alle mensen zijn onbesneden van hart. 

Wie Hebreeën t/m openbaring leest kan dankzij dit vers begrijpen dat daarin het Evangelie van de besnijdenis is beschreven. Als de bedeling van genade beëindigd wordt, zal Christus de gemeente ontmoeten in wolken. Daarna zal God zijn plan met het volk Israël weer in werking zetten en dat is de periode waarin Hebreeën t/m openbaring actueel zijn.

De discussie of de Hebreeën brief al-dan-niet geschreven is door Paulus is niet relevant, omdat nu duidelijk is dat deze twee Evangelies er zijn en wanneer welke van toepassing is.

Gal. 2:8 (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen);

Dit vers is met de kennis die we nu opgedaan hebben dan ook te begrijpen. Want toen Christus op aarde was leerde Hij de 12 apostelen over het Evangelie van de besnijdenis. Maar na de steniging van Stefanus, werd Paulus bekeerd door Christus vanuit de hemel en gaf hem de opbaring van het Evangelie van de genade Gods.

Hebt u Gods Geest?

Inleiding

Dit artikel gaat over de genade van God en meer specifiek over de Geest van God. We zullen de implicaties bekijken van de vragen:

  • Heeft u Gods Geest ontvangen?
  • Bent u verzegelt met Gods Geest?
  • Woont Gods Geest in u?

Heeft u Gods Geest ontvangen?

Handelingen 19:1 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,

Handelingen 19:2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.

Als Paulus door het land reist ontmoet hij mensen die geloven. Maar deze gelovigen zijn alleen gedoopt door Johannes. En ze antwoorden hem op zijn vraag of zij de Heilige Geest hebben ontvangen, dat ze niet eens wisten dat die bestond. Laat staan dat ze die hadden ontvangen. Het is dus een heel belangrijke vraag.

Want alle mensen geloven wat. De één geloofd in zichzelf, de ander in Boedha en weer een ander geloofd dat er überhaupt geen God bestaat. Kortom, iedereen is diep gelovig en het is dus niet zozeer van belang of iemand gelooft, maar veel meer wat iemand gelooft. En Paulus maakt zijn vraag nog véél specifieker, nl. of u de Heilige Geest hebt ontvangen op het moment van geloof?

Nu staat de Heilige Geest niet op zichzelf. Wij geloven dat God één is en dat Hij zich manifesteert in God de Vader, in God de Zoon (dat is God in een menselijk lichaam) én God de Heilige Geest. Het is God de Heilige Geest die in ons woont en die zondige mensen verbindt  met God die in de Hemel is.

Om de betekenis van het hebben van de Heilige Geest beter inzichtelijk te maken, stelt u zich voor dat u een gesprek heeft met een voetbalfanaat. Wilt u echt met hem kunnen praten, dan zult u ook veel van voetbal moeten weten. Als dat zo is, zeggen we wel dat u op eenzelfde “golflengte” zit met die persoon; u hebt dezelfde geest en verstaat elkaar. Zo is het ook tussen een zondige mens en God.

Dankzij de kruisigde en uit de dood opgestane Christus (God de Zoon) hebben wij God de Heilige Geest die in ons woont, waardoor we een relatie kunnen opbouwen met God de Vader. Of, anders gezegd, God heeft zijn Geest gestuurd en die doopt (= één worden) zondige mensen in het Lichaam van Christus, zodat wij nu dankzij Zijn Geest kunnen zeggen: “Abba Vader”.

Romeinen 8:15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!

Daarom vraagt Paulus ook in Handelingen 19:2 of u de Heilige Geest hebt ontvangen op het moment van geloof. En meteen volgt de vraag wat gelooft u dan precies? U ontvangt namelijk de Heilige Geest alleen op het moment dat u gelooft, c.q. aanneemt, dat Jezus Christus God is en dat Hij is gestorven voor uw zonden en opgestaan voor uw rechtvaardigheid.

Daarom is de vraag of u Gods Geest hebt ontvangen een hele cruciale vraag! Want, mensen geloven in een heleboel dingen en sommigen noemen zich Christelijk omdat ze ooit iets in de Bijbel gelezen hebben of er over gehoord hebben. Maar de vraag nu is of u de Heilige Geest ontvangen hebt op het moment van geloof.

Bent u verzegelt met Gods Geest?

In de brief van de apostel Paulus aan de Éfeziërs schrijft hij nog meer over de Heilige Geest:

Éfeze 1:13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;

Éfeze 1:14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

In vers 1:13 ziet u opnieuw dat hij nadruk legt op de vraag wat u geloofd. Dat kunt u opmaken uit de tekst “het woord der waarheid”. Want wat is dit woord der waarheid dan? Dat volgt na de komma: “namelijk het Evangelie uwer zaligheid” en dat is dat wat u gelooft, c.q. aanneemt. Namelijk, dat Jezus Christus God is en dat Hij is gestorven voor uw zonden en opgestaan voor uw rechtvaardigheid. Paulus vervolgt dan met de woorden “in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heiligen Geest der belofte”.

Nu is die belofte een ander wezenlijk punt. Want God heeft ons, de heidenen, nooit iets beloofd. Hij heeft Israël de Heilige Geest beloofd via de profeet Joël en Hij heeft dat later ook  laten gebeuren. Die gebeurtenis is in het boek Handelingen hoofdstuk 2 beschreven.

Joël 2:28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;

Joël 2:29 Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.

Handelingen 2:3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.

Handelingen 2:4 En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Maar nu maakt Paulus bekend, onder de huidige bedeling van genade, dat ook de heidenen de belofte van de Heilige Geest hebben ontvangen! Dit is enorm belangrijk, want als u elke zondag naar de kerk gaat, en een goede Christen bent en spreekt over God, maar u heeft de Heilige Geest niet, dan bent u niet gered!

Hoe krijgen we die belofte dan? Is het dan omdat iemand in Israël is geweest? Of een heiden in Jeruzalem is geweest? Of iemand met water gedoopt is? Of iemand goede werken doet? Of iemand zijn best doet om God te behagen? Nee, het is uit genade van God alleen en dit staat in Éfeze 1 vers 13 en 14. En dat is op het moment dat u het Evangelie van u zaligheid hebt gehoord en hebt aangenomen, te weten Christus die voor uw zonden is gestorven en voor uw rechtvaardigheid is opgestaan.

Paulus schrijft verder de woorden:  “zijt verzegeld geworden met de Heiligen Geest der belofte”. God heeft zijn belofte vast gemaakt met een zegel dat niet gebroken kan worden. Als we iets kostbaars zeker willen bewaren voor lange tijd, dan verzegelen we het. Zo ook hier. We zijn als het ware opgesloten in die belofte. Het is onmogelijk dat iemand gered kan worden door zijn goede werken. Evenzo kan iemand ook niet verloren gaan door zijn slechte werken, want wij zijn verzegeld onder een onbreekbaar zegel. Die zegel is namelijk de Heilige Geest.

Woont Gods Geest in u?

In dezelfde brief van Paulus aan de Éfeziërs schrijft hij:

Éfeze 4:30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.

Éfeze 4:31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;

Nu kan bij u de vraag opkomen, hoe lang is die verzegeling werkzaam? Immers, als we voedsel verzegelen om lang te bewaren, dan komt er naar verloop van tijd toch wat lucht bij en bederft het alsnog. Zou dat in dit geval ook zo zijn? De verzegeling met de Heilige Geest blijft goed zolang God het wil en we lezen in vers 30 dat dit tot de dag van de verlossing zal zijn.

Dat is een dag waarop we de Heere zullen ontmoeten en dan zullen wij verlost zijn van ons aardse lichaam. We zullen dan een nieuw lichaam krijgen. Dankzij de Heilige Geest hebben we de zekerheid dat we gered zijn en daardoor kunnen we nu God prijzen, Abba Vader zeggen, wandelen in de Geest (= leven naar Gods wil en welbehagen) en geestelijke dingen verstaan.

Maar het heeft ook consequenties. Want Paulus schrijft hier wel dat wij de Heilige Geest niet moeten bedroeven. Dat is soms moeilijk, want we leven hier op aarde en onvermijdelijk  denken en doen we dingen waarmee we de Heilige Geest bedroeven. Kijk in dit verband naar vers 4:31. We moeten niet boos blijven of verbittert zijn enz. Want daarmee bedroeven we de Heilige Geest.

We hebben geleerd dat de verzegeling onbreekbaar is tot de dag van verlossing. Dat betekent ook dat onze redding niet teruggedraaid zal worden. Als een geredde gelovige een ernstige misdaad pleegt, laten we zeggen moord, dan is hij strafbaar voor de wereld, maar God heeft hem in Christus aangenomen en draait dat niet terug.

De Heilige Geest is evenwel bedroeft en een oprecht gelovige kan dit niet laten bestaan, gelijk iemand zijn geliefde niet wil bedroeven. Dit feit van het bedroeven zorgt ervoor dat iedere oprecht gelovige wel tien keer nadenkt voordat hij/zij iets doet of zegt. Dit is dan de consequentie die zoeven aangehaald werd. Het is niet vrijblijvend!

Samenvattend.

Het is de vraag of u Gods Geest hebt ontvangen door te geloven dat Christus God is en dat Hij voor onze zonden is gestorven en voor onze rechtvaardigheid is opgestaan. Is dat het geval? Kunt u dat oprecht geloven? Zo ja, dan wordt u verzegeld met de Heilige Geest. De verzegeling geeft u de zekerheid van uw redding, waardoor u God kunt prijzen, wandelen in de Geest en geestelijk dingen kunt verstaan. Maar nu kunt u ook de Heilige Geest bedroeven en het is daarom belangrijk om bitterheid, boosheid, geroep, roddel, lastering en meer weg te doen uit uw leven. Het is geen vrijblijvende genade namelijk.

Het totale Evangelie

We lezen de Bijbel van kaft tot kaft, 66 boeken. Daarin worden leerstellingen (dogma’s) gegeven en alle leerstellingen tezamen vormen Gods Woord. Een leerstelling of dogma is een verklaring die je accepteert als waar. Bijv. Gen. 1:1 In den beginnen schiep God den hemel en de aarde. Daar wordt verder geen onderzoek naar gedaan en gewoon voor waar aangenomen. Er bestaan echter leerstellingen van de kerk en die van Bijbel. Een leerstelling van een kerk kan overeenkomen met die van Bijbel, zoals Gen. 1:1. Maar die van Bijbel verschillen wezenlijk van die van de kerk, omdat mensen op een gegeven moment een andere uitleg en betekenis geven en dingen toevoegen of juist weglaten. Men leest een vers en begrijpt die niet meteen. Dan gaat men opzoek naar een verklaring die plausibel klinkt. Ze gaan op vergelijkbare wijze te werk als in de wetenschap. Daarbij gaat men uit van een bepaalde veronderstelling; een bepaalde mogelijke verklaring voor wat ze niet gegrepen hebben. Men zoekt overal in de hele Bijbel, of, naar het voorkomt, in maar bepaalde delen van een boek of hoofdstuk en zoeken dan naar “bewijzen” voor hun veronderstelling. Om het passend te krijgen worden dan dingen toegevoegd (deductie en inductie) of juist weggelaten (dat staat er wel, maar geldt niet voor ons, enz.) Wie op die manier de Bijbel bestudeert, kan alle kanten op en zal afwijken van wat er staat. De leerstellingen zijn als het ware de pixels van een foto en het beeld van de foto is het Woord van God. Wie alleen maar de pixels ziet, weet niet waar hij/zijn naar staat te kijken. Wie alleen het hele beeld bekijkt, weet niet waaruit is het is opgebouwd en mist zo veel betekenis. Er ontstaat dan verdeeldheid. Want je hebt Paulus, maar ook Pertus, Jabobus, Apollos, Christus. Degene die enkel Christus zien, maken geen enkel onderscheid meer. Een auto is en auto en de onderlinge verschillen interesseert hen niet meer.

1 Tim. 4:13 Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome.

Je moet tijd maken om 1. aandachtig te lezen, 2. te vermanen en 3. te leren aan anderen. Vermanen is niet bestraffen, maar iemand iets leren met de bedoeling dat die andere het aanneemt en er iets mee gaat doen. Bijv. kun je iemand vragen of die gehoord heeft van de bedeling van genade. Zo niet, dan kun je het die persoon uitleggen in de verwachting dat die het aanneemt.

1 Tim 1:16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven

Paulus is je voorbeeld, c.q. zijn manier van denken en doen is de sjabloon die je volgt. Maar als je dat doet, dan zal je leven veranderen, want er zijn leerstellingen zoals het hoofdschap, brood en wijn, het bidden voor de overheden enz. En niet iedereen wil dat volgen omdat ze moeite hebben met de leerstellingen en de consequenties voor het eigen leven daarvan.

2 Tim. 3:14 Maar blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt, en waarvan u verzekering gedaan is, wetende, van wien gij het geleerd hebt;

Hoe weet je dat wat geleerd is ook juist is? Dit vers betekent nogal wat. En daarbij komt dat er verzekering gedaan wordt van wie je het geleerd hebt. Maar tegenwoordig leren mensen van niemand persoonlijk meer, want je gaat online en je luistert eens hier en dan daar. Van wie heb je dan iets geleerd? Iedereen kan een camera kopen en gaan verkondigen wat die maar wil. Het is allemaal erg vluchtig en er zit geen verantwoording aan vast als je halve waarheden verkondigd. Vroeger kon dat niet. Dan moest je ergens naar toe om wat te leren en degene die iets leerde was dus bekend en moest zich kunnen verantwoorden. Je hebt dan zekerheid over wat je leert en je weet van wie je het geleerd hebt. Je kunt dus vragen van wie je wilt leren.

2 Tim 1:15 Gij weet dit, dat allen, die in Azie zijn, zich van mij afgewend hebben; onder dewelke is Fygellus en Hermogenes.

Waarom zijn van hem afgeweken? Ze hebben de basis van het Evangelie van genade niet ontkent, maar ze hebben op details een andere uitleg, waardoor het helemaal niet meer overeenkomt met het Evangelie. Dat gaat dan schuren met een scheuring tot gevolg.

1 Tim. 4:12 Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid.

Al die zaken, woord, wandel, liefde, geest, geloof, reinheid, betekent dat het om een volledig leven omvattende leer gaat. Bijvoorbeeld, iemand is monteur in een autofabriek en die kan alleen maar de wielen monteren aan de auto, want dat is het enige waarvan hij/zij aan kennis en ervaring heeft. Maar een monteur die de  hele auto in -en uit elkaar kan halen is een totaal monteur. Zo is het ook met het Evangelie en om die reden zijn er weinig mensen die een ambt in gemeente willen bekleden. 

Om leerstellingen te begrijpen zeggen mensen dat je moet kijken naar de context of naar de verzen die eraan vooraf gaan en die erna komen. Maar de leerstellingen in de Bijbel gaan van de hak op de tak. En om leerstellingen te begrijpen helpt het niet om alleen maar naar de context te kijken of naar de verzen ervoor of erna. Je moet ook het hele plaatje zien. Je kijkt naar zowel de pixels waaruit het beeld is opgebouwd en het gehele beeld zelf voor een juist en volledig begrip. Dus je leert de leerstellingen en je leert het totale Evangelie.

Rom. 6:17 Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt;

De leer zegt dat je een zondaar bent en dat God je heeft vergeven door het bloed van Christus. De mens blijft hetzelfde, maar het is de leer die zegt dat je zonden zijn vergeven en daarop mag je vertrouwen. Maar het kan gebeuren dat er mensen zijn die geloven en op een gegeven moment zeggen dat ze er niet meer op vertrouwen, omdat ze bijv. alleen maar het O.T. hebben gelezen. Het is dus belangrijk gehoor te geven aan de leer en niet af te dwalen. Want met je verstand begrijp je de leer, maar met het hart geloof je het. Die twee samen zorgen dat je gehoorzaam bent tot een totale gelovige.

Gemeente

1 Tim 1:5 Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.

Maar het einde des gebods, daarmee wordt bedoeld, wat is het eindresultaat ervan? Iemand sleutelt aan het boek Handelingen en dat heeft later zijn weerslag in hoe die persoon de brieven van Paulus begrijpt. Dat kan verschillen van wat er staat en daardoor is het eind resultaat is niet goed. Bepaalde dingen die in het vers staan ontbreken dan bij zo’n persoon en leiden tot een verkeerd begrip en een foutief gedrag.

1 Tim. 3:1 Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.

1 Tim 3:15 Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid

Paulus maakt een verband tussen een lust hebben tot een ambt en het huis Gods die gevormd wordt door de mensen die samenkomen en daar door een leraar geleerd worden om zo gesterkt te worden en zekerheid hebben in wat ze geloven. Het huis Gods is dus niet het gebouw, maar de mensen. En zonder die samenkomst van die mensen verdwijnt de Gemeente en daarmee de  pilaar en vastigheid van de waarheid in de wereld. Wie het ernst is met het Evangelie van genade, die wil samenkomen en er werk van maken. Want samenkomen is geen sociale activiteit, maar werken voor God.